Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gaat heen in de geheele wereld en predikt het Evangelie aan alle creaturen." Dezen last gaf de Heere Jezus aan zijne Apostelen en in hen aan zijne gemeente, toen Hij ze als zijne gezanten uitzond tot de heidenen met de blijde boodschap, dat God gedachten van genade en barmhartigheid heeft over zondaren uit alle natiën, volken en tongen; ze wil zalig maken.

Aan de uitvoering van dien lastbrief moesten hun leven en hunne krachten gewijd zijn. De bediening des Woords Gods onder hen, die in de schaduwen van den afgodendienst lagen, was hunne roeping. Hieraan werd voldaan, niet lang nadat de gemeente des Heeren te Jeruzalem zich gesteld had onder haren Koning, die tevens haar Profeet en haar Priester was. De eerste Evangelieboden kwamen uit die kerk onder de Samaritanen. Petrus werd van God het eerst naar eenen heiden gezonden, om hem te verkondigen, „dat God geen aannemer des persoons is; maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, Hem aangenaam is." Van dit oogenblik af werd het Evangelie door de geloovigen — ofschoon niet door allen — gebracht zoowel onder de Joden als onder de heidenen. Zoo ontstond de kerk te Antiochië, voor het grootste deel uit de heidenen vergaderd, wier eerste leeraar ook uit Jeruzalem kwam, Barnabas. Deze kerk is naar het bestel Gods de eerste kerk geworden, die hare boden zond in de eigenlijke landen der heidenen, van welke in Azië, in Europa, in Afrika velen werden toegebracht tot de gemeente, die zalig wordt. Het lichaam van Christus openbaarde zich vooral onder de heidenen door de prediking des Woords en de werking des Heiligen Geestes. De Apostelen en hunne

Sluiten