Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als men het eenen Drummond kwalijk nam, dat hij over onderwerpen des Christelijken geloofs voorlezingen hield; maar dat zijn töch uitzonderingen, die van de individualiteit van den respectieven miss. arts afhangen, in ieder geval echter niet tot zijne eigenlijke taak behooren. De eigenlijke Zendingsarbeid, de prediking des woords en de verzorging der ziel, blijve aan den miss. dienaar des Woords overgelaten. Deze moet ook de morgenen avondsarnenkomsten enz. in het ziekenhuis en bij de polikliniek leiden, zoover dat mogelijk is met het oog op de algemeene orde, bij deze instellingen gevolgd. Zoo zullen miss. dienaar des Woords en miss. arts eendrachtig en met voordeel, niet alleen naast maar ook met elkaar arbeiden, terwijl zij elkaar wederzijds den weg ter volbrenging van hun taak effenen."

In ons vaderland heeft men dezelfde lijn gevolgd, die Dr. Schreiber hier boven aangeeft. Een oogenblik scheen het, of de weg van Lowe c.s. gevolgd zou worden. Bij de „inzegening" van Dr. Bervoets als miss. arts van het Nederl. Zendelingengenootschap, sprak de redenaar de volgende woorden: „Zoo zult gij zijn geheel zendeling en geheel arts. Niet met verdeelde kracht, maar als een man uit één stuk zult gij van den Heere getuigen in uw werkkring als geneesheer. Daarom hebt gij zelf begeerd tot uw ambt als tot een geestelijk ambt in het midden der gemeente te worden ingezegend!" Niet anders ging het toe bij de „ordening" van den miss. arts der Geref. kerken J. G. Scheurer, wien de handen opgelegd werden als eenen dienaar des Woords, nadat hij te voren door de Classis Rotterdam geëxamineerd en tot de bediening des Woords en der Sacramenten was toegelaten. Zijne instructie gaf ook als eenig doel zijner zending aan „de uitbreiding van het Koninkrijk Gods door de prediking van het Evangelie aan heidenen en Mohammedanen." En de vereeniging èn de kerk kwamen binnen enkele jaren terug van dezen weg. De eerste zonder dit, voorzoover wij weten, den volke bekend te maken, de laatste op de Synode van Middelburg van 11 Aug.—4 Sept. 1896, waar o.a. de volgende conclusiën zijn aangenomen:

Sluiten