Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarschijnlijkheid heeft hij voor zijne uitzending eenige opleiding in de Medicijnen ontvangen. ')

In de 17e en 18e eeuw en in het begin der 19e vindt men voorts enkele zendelingen vermeld, die men missionaire artsen kan noemen, wier beteekenis echter niet al te hoog mag worden aangeslagen. Onder anderen deelt het Archief voor de geschiedenis der Oud-Hollandsche zending 2) een schrijven mede van Jacobus Vertrecht aan de Classis Amsterdam (excerpt) dd. 4 Sept. 1645, waarin de predikant noemt onder de voorwaarden, waarop hij wil uitgaan naar Indië, om ook het Evangelie te prediken onder de heidenen, wonende in eenige versch gevonden eilanden, niet veel boven de 60 mijlen om de Oost en Zuid van Banda gelegen: „Dat eerstens twee krankbezoekers met hem gaan, om de taal te leeren, waartoe zich wil verbinden Jacob de Boever, krankbezoeker op Lontoir, een bekwaam man, ervaren in het Maleisch, zeer genegen tot dit werk; maar dan diende zijn gage verbeterd te worden. Bovendien biedt zich aan Simon Jacobsen, krankbezoeker op het schip de Snoek. Hij zoude tot dit werk zeer geschikt zijn, hij verstaat de chirurgie, is gewend met zwarten om te gaan, maar diende dan ook van medicamenten uit den winkel in het kasteel Batavia voorzien te zijn, om hem in ongelegenheid te dienen. Verder zijn van de door de DeenschHallsche missie, die in 1706 eenige zendingsarbeid begon met de afvaardiging van B. Ziegenbalg en H. Plütschau naar Trankebar welken zij tot 1841 bleef voortzetten,3) uitgezonden 58 missionairen vijf artsen geweest, die in Trankebar aan de familiën der zendelingen en de Christenen uit de Tamulen geneeskundige hulp hebben verleend. Dit vijftal is Lic. Schlegelmilch, die in 1730 ter plaatse zijner bestemming kwam, maar reeds een jaar later 4) stierf, Dr. Cnoll, die onder blanken en bruinen met zijne kunst zegenrijk gearbeid heeft, doch door zijnen on geestelij ken en onzedelijken wandel de zending schaadde, König, die later in

1) Vgl. J. R. Callenbach. Justus Heurnius bl. 97.

2) Dl. II bl. 183. „ ...... u c

*) Byna hare geheele erfenis kwam aan de Dresdensche, later Leipzigscne tvang.

Luth. Mission. ..

J) Volgens anderen veertien dagen na zijne komst.

Sluiten