Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poliklinieken, een te Kien-yang, een te Ciong-bau en een te Sinchutig.

De derde stad van Fukien, waar de C. M. S. hare Medische zending heeft, is Hinghwa. Zelfs in 1900, het jaar van den Boxer-opstand, kon de arbeid aldaar ongestoord voortgezet worden. Men vindt hier een groot hospitaal met 160 bedden, waaraan eene polikliniek verbonden is, terwijl er nog eene polikliniek in den omtrek is. De cursus voor inlandsche medische studenten wordt gevolgd door een achttal. Het vertrouwen der bevolking neemt toe, wat merkbaar is aan de gewilligheid, waarmee zij zich onderwerpt aan noodzakelijke operatiën. Ofschoon de verplegingskosten verhoogd zijn, neemt het aantal zieken niet veel af. Behalve de beide Europeesche miss. artsen, B. van Someren Taylor en Dr. F. Sanger te Hinghua, arbeidt de inlandsche miss. arts Dr. Deng Mi Mi, de zoon van een geordenden inlandschen leeraar te Sieng Ju, waar sinds 1904 ook een hospitaal is. Van hem zegt Mevr. van Someren Taylor, dat hij wel is waar geen man van buitengewone talenten is, maar toch een uitnemend geneesheer, die ook gebroken heeft met die gebruiken van China, welke tegen het Christendom ingaan. „Eens ontmoette ik hem en zijne jonge vrouw, samen wandelende op den stadsmuur; een zeer ongewoon ding voor een Chinees, met zijne vrouw uit wandelen te gaan."

Toen de missie in 1850 te Fuh-chow met de prediking des Evangelies begon, hield de missionaire dienaar des Woords Welton in zijn huis medische spreekuren, daar hij eenige geneeskundige kennis had.

Spoedig kreeg hij een groot aantal patiënten, wien hij met de geneesmiddelen voor het lichaam het Evangelie van Christus aanbood. Reeds toen droeg zijn medische arbeid er toe bij, dat de vooroordeelen der Chineezen tegen de vreemdelingen wat verzacht werden. Nadat Welton den dienst der zending verlaten had in 1855, hield te Fuh-chow alle medische zendingsarbeid op. Een poging in 1878, om er een arts te vestigen, mislukte. Eerst Dr. B. van Someren Taylor, (thans te Hinghwa)

Sluiten