Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nauwden. Doch God deed hem triumfeeren. Het anker des geloofs hield vast door 's Heeren genade.

In 1858 toefde onze student in Italië als gouverneur van de zonen eens Schotschen edelmans. Teruggekeerd, moest hij het beroep kiezen, dat hij volgen wilde. Eerst dacht hij predikant te worden; doch niet lang daarna besloot hij te staan naar het ambt van missionairen arts. Hij legde zich toe op de studie der medicijnen, afgewisseld met schoolhouden en schoenmaken. Met glans deed hij 4 jaar later zijn 2e examen en bood zich aan bij het Edinburgsch genootschap voor M. Z., dat hem aannam en met /" 180 jaarlijks steunde, mits hij te Edinburg kwam wonen. Dit gebeurde en eenige maanden was hij werkzaam in de polikliniek van Cowgate. Aan het einde van den winter deed hij artsexamen.

Doch wat niemand verwacht had, geschiedde: men wees hem uit ijverzucht tegen Edinburg af. Een jaar later slaagde hij met den hoogsten lof. Den 19en September 1864 ging onze Elmslie als miss. arts van het kerkelijk zendinggenootschap, de C. M. S., naar Voor-Indië, doch niet naar Bombay, zooals eerst het plan was, maar naar het afgelegen Kashmir. In deze dagen schreef hij aan zijne moeder: „Wie zou niet alles willen geven, als Jezus het vraagt? Jezus verzoet alles." Te Southampton ingescheept, troostte hij nog zijne moeder, wie het scheiden zwaar viel, met deze woorden: „De Heere zal alles wel maken, leun slechts op Hem. Hij zegene en trooste u. Ja verblijd u in den Heere ten allen tijde." Op zijne reis deed hij Malta, Alexandrië en Cairo aan, van waar hij zijne moeder zijne indrukken van alles, wat hij zag, schreef. De vrije uren besteedde hij aan de studie van het Hindustani en hij las verscheidene boeken over de zending en hare arbeiders, vooral echter zijn Grieksch N. T.

Eens schreef hij aan zijne moeder: „O, lieve moeder, ik verlang naar den tijd, waarin onze harten den Heere Jezus, zonder zonden, volkomen zullen liefhebben. Bid vurig daarom, dat onze genadige Vader in den hemel zijnen H. G. in nog rijker mate over ons uitgiete." Te Madras zag hij de M. Z. in haren arbeid.

Sluiten