Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar hij was, over het Himalayah-gebergte. Tien dagen na zijnen dood kwam het eerste exemplaar van zijn Woordenboek te Amritsar en op zijnen begrafenisdag teekende de Maharadscha van Kashmir het besluit, volgens hetwelk zijn land het geheele jaar door voor de vreemdelingen openstond, wat tot nu slechts voor een half jaar was toegestaan, ook aan Elmslie.

Gaan wij nu een bezoek brengen aan de verschillende stations der M. Z. van de C. M. S. in Kashmir. In Kashmir ') is de C. M. S. met hare M. Z. voor Indië begonnen.

In 1854 trachtte de C. M. S. in Kashmir binnen te komen met het Evangelie in de handen, doch een hevig verzet van de regeering dreef haar terug. Met eene nieuwe poging van de missionairen Clark en Smith in 1862 ging het niet beter. Toen in 1864 opnieuw dezelfde zendelingen met zes inlandsche helpers zich te Szrinigar wilden vestigen, verwekte de regeering volksoploopen in de straten, waarbij de boden des vredes gevaar liepen van hun leven, om hen te dwingen weg te gaan. Door tusschenkomst der Engelsche regeering kwam hieraan een einde. Doch toen werden de zendelingen op andere wijze geplaagd; zij mochten niet in de stad wonen, men mocht hun geen levensmiddelen verkoopen, de menschen mochten hen niet bezoeken; men mishandelde en wierp in de gevangenis, die dit toch deden.

J) Kashmir, een vasalstaat van Engeland onder eenen inlandschen vorst of Maharadscha, ligt in het noord-westeiijk deel van het Himalayah-gebergte en wordt door een zijtak van den Indus, den Dschelam, doorstroomd. Het breede dal dezef rivier ligt van 1700—1800 meter boven de zee. Het is zeer vruchtbaar en gezond. De hoofdstad des lands is Szrinigar met eene bevolking van 130.000 zielen, bestaande uit Hindus en Mohammedanen. Zooals de overige inwoners van Kashmir leven zij meest in armoede en onreinheid. Hunne kleeding bestaat uit een lang wollen kleed, dat van den hals tot aan de hielen reikt. De Kashmiri wonen in houten huizen. Kachels en schoorsteenen kennen zij niet; derhalve beschutten hunne huizen hen niet tegen de koude van den winter, die zeer streng is. Zij warmen zich aan aarden kruiken of kangris, die zij met gloeiende kolen vullen en, bij groote koude, onder hunne wijde, wollen kleederen dragen, 't Is een schoon krachtig soort menschen, dat hier woont. Gemakkelijk zou het zich kunnen voeden uit de rijst en het koren, door het land in overvloed voortgebracht, indien niet van wat een Kashmirees bebouwt aan den hebzuchtigen Maharadscha en zijne roofzuchtige beambten ging. Vandaar de groote armoede des volks. In Kashmir leven 30.000 wevers van de welbekende, uit de fijne haren der Kaschmir-geiten gemaakte, dure kashmirsjaals, waarvoor ieder een hongerloon van een paar Annas (71/, cent) per dag van de regeering krijgt, terwijl zij van deze weer het den boeren afgenomen koren tegen woekerprijzen moeten koopen. Het volk is lui.

Sluiten