Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huis kon Elmslie niet meer huren; hij kreeg een kleiner, ver buiten de stad. Daar maakten Europeanen het hem lastig, omdat zij hem niet zoo kort bij hunne zomerverblijven wilden hebben. Doch de miss. arts ging voort, hield zijne polikliniek, deed operaties en zag het aantal zijner patiënten soms tot 150 stijgen. Alleen de soldaten, politiedienaren en ambtenaren mochten niet tot hem gaan.

Eindelijk wenschte ook de Maharadscha hem te behouden en bood hem aan een jaarlijksch tractement van f 14400, als hij in zijnen dienst trad en niet meer van den Christus gewaagde. Dit weigerde Elmslie.

Toen de herfst zijne intree in Kashmir had gedaan, moest onze miss. arts weer weg. Ditmaal begaf hij zich naar Tschamba, zuidoostelijk van Kashmir, welks radja hem tot zich geroepen had. Ofschoon deze vorst de zending niet ongenegen was, voelde Elmslie zich in dezen particulieren dienst niet op zijn gemak. Het kwam niet overeen met de taak van den miss. arts, zeide hij. In den zomer van 1867 was Elmslie voor de 3de maal in Kashmir. Alles bleef bij het oude, ook de vijandschap van den vorst. In dezen tijd brak eene hevige cholera-epidemie uit en stond Elmslie heidenen en Christenen — drie Kashmiri waren Christenen geworden — bij. Tevergeefs streed hij echter tegen de onreinheid, de oorzaak der ziekte. De Maharadscha en zijne hovelingen boden den menschen eene tooverspreuk te koop aan voor 30 cent, als de beste bescherming tegen cholera, wanneer zij haar aan hunne huisdeur plakten. Het volk zag evenwel maar al te spoedig in, dat het door zijnen vorst bedrogen werd en wees de tooverspreuk af. Dr. Elmslie kreeg zelf de cholera, maar genas gelukkig spoedig.

Den winter van 1867 op 1868 bracht onze arts te Amritsar en te Calcutta door. Overal had hij een goed onthaal, ook bij den onderkoning van Indië, die zelfs zorgde, dat een vriend der zending de nieuwe resident bij den Maharadscha van Kashmir werd.

Gedurende zijn 4de verblijf in Kashmir in 1868 ondervond

Sluiten