Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet dadelijk als kweekeling werd aangenomen, omdat hij nog te jong was en dus een proefjaar moest doorloopen, waarin hij allerlei nederige diensten had te bewijzen (1869). Een jaar later was hij kweekeling, en in 1875 was hij gereed en werd hij geordend als missionair. Den 31 en October van hetzelfde jaar kwam Liebendörfer te Calicut aan. Eenige maanden later was hij te Talatscheri aan een jongensschool. Na de taal des volks geleerd te hebben, hield hij 16 Febr. 1877 zijn eerste toespraak tot de heidenen op een afgodsfeest. Na dien tijd arbeidde hij in de evangelieverkondiging en in de school en aan het ziekbed met trouw en ijver, gesteund door eene treffelijke gade, Emilie Liebendörfer geboren Layer. In 1882 rijpte bij Liebendörfer het plan, om missionair arts te worden.

Het Bazelsche zendingscomité gaf hem toestemming, zijn plan uit te voeren en in 1883 begon hij aan de Bazelsche Hoogeschool zijne studie in de geneeskunde, die hij in 3 en een half jaar voltooide. In de laatste dagen van 1886 was Liebendörfer weer terug in Calicut, doch nu als missionair arts. Zijne taak was zwaar, want hij had te worstelen met een algemeen vooroordeel tegen Europeesche artsenijen. Wel had de Engelsche regeering in ieder districtsstadje een inlandschen geneeskundigen assistent in een kleiner of grooter hospitaal aangesteld en daardoor beproefd den Hindoes de weldaden der Westersche geneeskunde te schenken, maar dezen waren er niet van gediend. In Liebendörfer's eerste dagen werd de intrede in zulk een hospitaal beschouwd als een gang ten doode. Onder deze omstandigheden trad onze missionaire arts op, doch hij had niet te klagen over wantrouwen. Men kende hem van vroeger en nauwelijks was het bekend, dat hij te Calicut was, of de patiënten kwamen van alle zijden tot hem. In het begin moest hij zich behelpen met de middelen, die hij had. Den ganschen dag was hij bezig in zijne polikliniek of aan de huizen der zieken. Zelfs s nachts liet men hem vaak geen rust, wanneer iemand door een slang gebeten was, wat vaak gebeurde. Wie echter van hem redding verwachtte en dat uitsprak, wees hij op den Heere.

Sluiten