Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch in de bourgeoisie lijdt de vrouw niet alleen wijl zij de achtergestelde sekse is; evenmin als de ondergeschiktheid van arbeiders aan patroons op zich zelve een kwaad is of een onrecht; zij lijdt onder de werking van oorzaken die van haar zelfstandigheid eischen. Die oorzaken zijn, voornamelijk, de teruggang van het huwelijk en de proletariseering van den middenstand. Nu moet de vrouw van de bourgeoisie meedoen aan den strijd om het bestaan, dien zij vroeger, als echtgenoote van warenproducent en kapitalist, in den regel enkel aanzag. Maar noch de wetten, noch de zeden, hebben in de kapitalistische funktie van de bourgeoisie plaats gelaten of bestemd voor de vrouw. De vrouw, derhalve, lijdt omdat de maatschappij haar verplicht tot een taak die de maatschappij haar tevens onthoudt: en zij strijdt om eene mogelijkheid te veroveren die zich tegelijk doet voelen als een noodzakelijkheid. — De burgerlijke vrouwenbeweging komt voort uit de tegenstelling, opgekomen met de ontwikkeling van het kapitalisme, dat aan den arbeid van de vrouw eenerzijds het produktieve karakter ontneemt, en haar daarmee maatschappelijk achterstelt; aan den anderen kant haar den produktieven arbeid oplegt die alleen in maatschappelijke gelijkheid kan worden verricht. — Zoo werkt het kapitalistische stelsel, door de burgerlijke vrouwen tot den strijd voor hare belangen te noodzaken, revolutionneerend in hare wereld. Nogmaals werkt het kapitalisme revolutionneerend, door het klassenverschil tot klassentegenstellingen te verscherpen, die de arbeidersklasse dwingen tot een bevrijdingsstrijd welke in het kapitalisme niet kan worden uitgestreden.

Met de vrouwen- heeft de arbeidersbeweging gemeen, dat beider motief uit het kapitalisme voortkomt en beider strekking tegen het kapitalisme is gericht.

II.

In deze vergelijking ligt de aanduiding van hetgeen de vrouwenbeweging is en van hetgeen zij niet kan zijn.

Ten eerste zijn hare grenzen gegeven. — Hoewel tegen het stelsel gericht, is zij met hervormingen in en dus met behoud van het stelsel te bevredigen. De volstrekte gelijkheid van de geslachten is in het kapitalisme onmogelijk — omdat het huwelijk, in het kapitalisme onmisbaar hoewel door het kapitalisme aangetast, hierdoor de ongelijkheid bewaart dat het hem of haar van de echtgenooten die in de maatschappij de kapitalistische funktie vervult, maakt tot het hoofd van het gezin, en dit in het belang van al zijn leden. Geen wettelijke bepalingen zullen bij machte zijn deze feitelijke verhouding teniet te doen. Doch

Sluiten