Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch wel nergens blijkt treffender dan hier, dat zoodanige theorieen juist aan ekonomische gesteldheden onverbrekelijk verbonden zijn, en dat, wil men haar met geweld losmaken, dit alleen gebeuren kan ten

koste van haar beteekenis.

De eisch, immers, van „recht op arbeid," vol zin, indien niet altijd

vol schoonen zin, bij de burgerlijke vrouwen, overgedragen en toegepast aeliik in den bekenden klassewaan van de feministen veelal gebeurt, op de vraagstukken van den loonarbeid, verliest niet enkel den gewonen zin, maar slaat, strikt genomen, in een bespotting om van het ergste menschelijk ongeluk. Er is geen grooter leed denkbaar dan dat van de \ meeste vormen van den vrouwelijken loonarbeid. Al wat in de rampzaligste periode van het kapitalisme, toen de arbeidersstand nog geheel weerloos was en hoogstens wanhoopte, zich aan alle soorten van kwaad vertoonde, herhaalt op dit gebied zich eiken dag en overal in een overtreffende mate. Deze waarheid slaat alle harmonieleeraren, temperaars en belangs- of beroepsoptimisten met de flarden hunner leugens op het gezicht. Nog altijd is de door geen vrees voor verzet gebreidelde en door geen ondervonden weerstand getemde industrieele ondernemer niet slechts de uitbuiter, maar de beul van zijne werklieden. Voor de vrouwen het recht te vorderen — een recht waarin men haar van patroonswege nooit heeft verkort - zich te onderwerpen aan de lichaamsen zieleschennis die loonarbeid in het algemeen, industrieele arbeid (van werkplaats of woning) in het bijzonder heet — is slechts door een op zich zelf onvergeeflijke blindheid te verontschuldigen. Het is de groote zwakheid van het strijdend feminisme, de plaats waar het al het booze, dat de burgerlijke denkwijze meêbrengt, zijns ondanks ten toon stelt, theoretisch niet minder verwerpelijk wijl praktisch, gelukkig, potsierlijk

en onmachtig. ,

In het kapitalisme is de loonarbeid van vrouwen niet geheel

vermijden, en verbodsbepalingen zijn daarom ondenkbaar. De twee qroote middelen tot verbetering: wettelijke beperking, ook van de huisindustrie, en ekonomische organisatie in gemengde vakvereenigingen, vinden bij de arbeidsters, tegen het advies van vele feministen, toenemende instemming. Dat het feminisme onder de arbeidsters zou woekeren, is een gevaar thans even onherroepelijk voorbij als dat van de anarchie onder de arbeiders.

111.

Het is, na het voorgaande, nauwelijks meer noodig te zeggen dat een wetenschappelijk standaardwerk over de Vrouwenbeweging slechts

Sluiten