Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste mysterie dat zich den mensch openbaarde. In de mythologieën van vele volken vinden wij derhalve de sporen van goddelijke vereering van het vrouwelijk beginsel in de natuur: In de godin Is.s aanbaden de Egyptenaren de vruchtbare aarde. Neith, wier geheimzinnige tempel te Sais stond, was de verpersoonlijking der barende moederkracht. Van de oermoeder Themis ervaart Zeus het slechts haar bekende geheimenis van het Al. Boven Odin, den vader der goden, en boven alle goden der Germanen staan de schikgodinnen, de Nomen. Gunnlöd, een vrouw bewaart den drank der hoogste wijsheid; door haar eerst valt deze

0dmMaardde beteekenis van de vrouw als moeder, de oergemeenschap tusschen moeder en kind is niet slechts grondslag van den primitieven godsdienst, maar ook van het primitieve recht. Voor het natuurlijke, door geenerlei spitsvondigheden in verwarring gebrachte rechtsbewustzijn was het kind eigendom van de moeder, die het onder haar har droeg aan hare borst voedde, zijn eerste schreden leidde, het beschutting en voedsel aaf. Het is derhalve niet te verwonderen, dat zich dienovereenkomstig bij tal van volken een periode laat aantoonen waarin het

moederrecht gold. . ,

Vaak is deze term zoo begrepen alsof zij identiek ware met

vrouwenheerschappij, en er zijn zelfs voorvechters der vrouwenbeweging die de gynaekokratie als het gouden tijdperk van vrijheid en gelijkheid voor het vrouwelijk geslacht prijzen, als het verloren paradijs dat hervonden moet worden. Wie daarentegen de onderzoekingen van Morgan, Bachofen en anderen nuchter overweegt, voor diens oogen is de tijd van het moederrecht zonder eenige poëtische verheerlijking een toestand van de meest primitieve cultuur voor man en vrouw, ^en hij vind geenerlei aanduiding dat de vrouw een „opperheerschappij naar

onze begrippen heeft uitgeoefend. ')

Laat ons trachten ons een voorstelling van dien toestand te maken. Na een ontwikkeling van tientallen eeuwen heeft zich de mensch uit het dierenrijk afgescheiden; hij is uit de toppen der boomen, waar hjj zich ter beschutting tegen de wilde en sterkere dieren vermoedelijk opgehouden had, op de aarde afgedaald en heeft de eerste overwinning van zijn ontwikkelden geest behaald, toen hij niet alleen den steen leerde slingeren teg?" de bedreigers van zijn leven maar hem door bewerking tot wapen vormde. Nu werd de vervolgde vervolger. Wel kan de vrouw, evenals hij, jagen en strijden, zijn er ook thans nog wilde volkeren waarin de geslachten voor elkaar in kracht niet onder-

1) Zie Julius Lippen, Kulturgeschichte der Menschheit. Stuttgart 1887, deel II, hl. 23 en

#

Sluiten