Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorderde, was eerloos en de arme die door handenarbeid zijn brood verdiende, werd minachtend behandeld. ') Verderfelijker nog dan voor de mannelijke bevolking was dit moreel verval voor de vrouwelijke. De romeinsche burger kon, ook wanneer de handenarbeid een hem onwaardige was, zijn geestelijke en physische krachten gebruiken als politicus, als filosoof, als kunstenaar, dichter of krijgsman. Hij kon daardoor aan den ontzedelijkenden invloed van den rijkdom grenzen stellen. Zijn echtgenoote daarentegen, wie het voeren der huishouding, ja zelfs de oppassing en opvoeding der kinderen door slaven ontnomen was, was aan dien invloed onbeperkt prijsgegeven. Zij had tegenover den staat rechten noch plichten en derhalve geen begrip voor openbare zaken; haar opvoeding werd in ieder opzicht verwaarloosd, zoodat zij slechts een zeer oppervlakkige belangstelling voor kunst en wetenschap had. Rijkdom en verveling dreven de romeinsche burgers in de armen van genotzucht en zedeloosheid, terwijl de arme slavin, om de ellende van haar jammerlijk bestaan te ontvluchten, de rijen der prostituees jaar op jaar in groeiend aantal vermeerderde. De uit Griekenland en het Oosten ingevoerde dienst van de godinnen der liefde kwam daarbij de neigingen en wenschen der vrouwen tegemoet, die er de meest

woeste orgieën van maakten. 2)

Om de spilzucht der vrouwen te stuiten ontstond reeds gedurende den Punischen oorlog de Oppische wet, waarbij haar bezit aan goud en kleederen beperkt en haar verboden werd in een koets te rijden. Spoedig evenwel kwamen de vrouwen in verzet tegen deze belemmering en twee tribunen deden een voorstel tot afschaffing der wet. Toen trad voor de eerste maal de strenge zedeprediker en vertegenwoordiger van oud-romeinschen eenvoud, Marcus Portius Cato, tegen de vrouwen op. Onder grooten toeloop der romeinsche vrouwen verklaarde hij, dat iedere menschensoort gevaarlijk is, als men haar toestaat te vergaderen en gemeenzaam te beraadslagen. Willigt men de wenschen der vrouwen in, die uitsluitend haar genotzucht wilden botvieren, dan zouden zij spoedig gelijk recht vorderen en den mannen ook in het staatsleven trachten te beheerschen. 3) Deze philippica van den strengen Romein die het overigens zelf zoo weinig ernstig met de instandhouding der oude zeden nam, dat hij zich van zijn vrouw liet scheiden, wijl een vriend van hem haar wenschte te huwen, en haar weer tot echtgenoote nam,

1) Zie Cicero, Leer der plichten. In de vertaling van Friedrich Richter (Leipzig), 1,41.

2) Zie Suetonius, Levensbeschrijvingen. In de vertaling van Sarrazin (Stuttgart 1883), en Tacitus, Annalen, in de vertaling van Roth (Berlin 1888).

3) Zie Titus Livius, Romeinsche geschiedenis. In de vertaling van Hausinger, (Braunschweig 1821), Boek XXXIV, blz. 203 215.

Sluiten