Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en meubelstoffen aangebracht werd en vaak zeer kunstig was. Knappe borduursters werden even hoog gewaardeerd als de bewerksters van zijden banden tot het garneeren van gewaden of tot versiering van het paardentuig. Daar niet alleen voor het huiselijk gebruik gewerkt werd, maar steeds een voorraad van kleederen en linnengoed voor geschenken aan gasten, of tot het uitrusten van het groote gevolg bij toernooien en feesten voorhanden moest zijn, was de arbeid onafgebroken en arbeidskrachten waren er nimmer te veel. Ook vrouw en dochters van den hee<- hadden volop te doen. Zooals wijf en weven reeds in zeker taalverwantschap met elkaar staan, zoo gold het spinnen en weven uitdrukkelijk als een der hoogste vrouwelijke deugden. „Zij was vroom en spon", staat dikwijls op oude grafsteenen of in familieoorkonden. „De mannen moeten strijden, de vrouwen moeten spinnen", vermaande ^ de christelijke volksredenaar Berthold van Regensburg. Ook is deze vrouwenbezigheid trots haar onbeperkte uitbuiting zeker niet de ergste geweest. Veel harder was de landarbeid, die de horige vrouwen te verrichten hadden, en wel niet alleen voor den gebieder, maar ook voor het eigen huishouden in dienst van den echtgenoot. Het is meer dan een anecdote als Lord Mahon in zijn geschiedenis van Engeland vertelt, dat een landman die een os verloren had, wel huwde, om op zulk een wijs de goedkoopste schadeloosstelling te krijgen.

Ook de huisdienst der horige vrouwen op de hoeven en burchten was, tengevolge van de primitieve hulpmiddelen, buitengewoon zwaar. Daar zij des daags en des nachts op hun post en ten dienste hunner gebieders moesten staan, woonden de voor dezen arbeid bestemde vrouwen op het burchtgebied zelf. Zij waren, vaak honderd in aantal, in het zich naast de werkplaats bevindend vrouwenhuis geherbergd, waar zij echter enkel sliepen, daar elk uur van den dag haar krachten in beslag nam. Vóór de uitvinding van de watermolens moest het koren door de dienstmaagden met de hand gemalen, de molen met het lichaam gewenteld j worden. Met geweldige houtmijten werden de reusachtige schoorsteenen J gestookt, uit den put in den hof of uit de bron in het dal werden de emmers met water aangedragen. Behalve het schoonhouden van kamers en keuken werd ook de stal en de tuin alleen door vrouwen verzorgd. ') Het bedienen der meesteres, het oppassen der kinderen, het koken en opbrengen der spijzen en dranken behoorden natuurlijk tot haren arbeid. Maar ook de bediening van de mannen behoorde daartoe. De dienstmaagden hielpen den heer evenals iederen gast bij het uit- en aankleeden, zij maakten niet alleen het bad voor hem gereed, zij gaven

I) Zie Jakob Grimm, Rechtsaltertümer, blz. 350 en vlgg.

Sluiten