Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de klachten der wolwevers over de buiten het gilde werkende vrouwen, dat de weefsters moesten toetreden, en ook de in grooten getale op zichzelf arbeidende tulle- en linnenweefsters hadden, overeenkomstig het aantal harer weefgetouwen, een bijdrage aan het gilde te voldoen. ')

Hoewel de noodzakelijkheid van het deelnemen der vrouwen aan het gilde-handwerk derhalve erkend werd, waren toch slechts in zeldzame gevallen de bepalingen voor beide geslachten gelijk. Het optreden van vrouwen in handwerken die aan de lichaamskracht hooge eischen stelden, was reeds uitteraard uitgesloten, wijl niemand meester in zijn handwerk kon worden, die het niet in alle deelen zelf met de hand uitoefenen kon. 2) Maar ook in de gilden die talrijke vrouwelijke leden hadden, werden de vrouwen slechts zelden, b.v. hier en daar in de kleedermakerij, tot zelfstandig meesterschap toegelaten. Zij konden het ^ meestal alleen door erflating verwerven, voor zooverre zij het handwerk van haar man bij diens leven reeds uitgeoefend hadden. Zoo heet het, in erkenning der noodzakelijkheid van het onderhoud van weezen door de weduwe, in de kleermakersverordening van Frankfort a. d. M. uit het jaar 1585:' weduwen zullen alle rechten hebben, die haar mannen hadden opdat zij zich en haar kinderen kunnen onderhouden. Deze bepaling werd evenwel meestal zeer beperkt doordat de op zulk een wijze tot meesterschap toegelaten vrouwen de leerlingen van haar man wel is waar behouden, maar geen nieuwe aannemen mochten, 3) zoodat zij na weinige jaren reeds uit gebrek aan hulpkrachten gedwongen waren het handwerk weer op te geven. Slechts bij uitzondering besloten eenige gilden, met het oog op de gedrukte economische positie van vele weduwen van handwerklieden, haar het recht toe te staan een nieuw handwerk te leeren, om het, na het meesterschap behaald te hebben haar kinderen te vermaken — een bepaling die reeds hierom geen gewichtige gevolgen hebben kon, daar een arme weduwe met veel kinderen in 't geheel niet in de mogelijkheid was, een langen leertijd door te maken. 4) De eenige uitweg die haar overbleef, was haast altijd, om met een gezel te trouwen, waartoe zich de gelegenheid zooveel te gemakkelijker aanbood, wijl hij daardoor terstond meester •werd. 5) Een ander voordeel van zulk een huwelijk was, dat, wanneer

1) Zie G. Schmoller, Die Tucher- und Weberzunft in Strassburg. Strassburg 1879,

2) Zie Stahl, Das deutsche Handwerk. Giessen 1879, blz. 58.

3) Zie Stahl, t. a. p., blz. 52.

4) Zie Stahl, t. a. p., blz. 81.

5) Zie Schoenlank, Soziale Kïmpfe vor dreihundert Jahren. Lcipzig 1894, blz. 50.

Sluiten