Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenis van den vrouwenarbeid haast uitsluitend slechts van de bezitloozen spreken kon.

In de vroege middeneeuwen waren geestelijke en trekkende speelluiden de leermeesters der aanzienlijke vrouwen. Zij gaven haar een graad van beschaving, die wel is waar tamelijk gering was, maar altijd die der mannen in 't algemeen overtrof. Het heette toch dat geleerdheid ' den man vreesachtig en onmannelijk maakte en derhalve zooveel mogelijk vermeden moest worden. •) Menige burchtvrouw kon niet , n alleen de legenden der heiligen, maar ook den bijbel in den oorspronkelijken tekst lezen. De treurige, door de onophoudelijke binnenlandsche onlusten veroorzaakte toestanden, vereenigd met den invloed der protestantsche kerk, die afkeerig was van elke vrouwenbeschaving, belemmerden in het noorden van Europa de verdere ontwikkeling der geestelijke verheffing van het vrouwelijk geslacht. In het zuiden daarentegen, vooral in Italië, waar niet, zooals in het duitsche rijk, de onder den dekmantel van godsdienst gevoerde oorlogen der vorsten onderling allen welstand ondermijnden, de gemoederen verhit en met het ergste fanatisme, dat van den godsdienst, vervuld hadden, werden de poorten der wetenschap verder dan ooit voor de vrouwen geopend.

Op den klassieken bodem was de antieke kunst en wetenschap tot nieuw leven ontwaakt. Alle omstandigheden werkten samen, om deze wedergeboorte mogelijk te maken. De geestelijken die de taal van Horatius en Cicero niet lieten tenondergaan, de kruisvaarders die niet alleen het morgenland, maar ook het land van Homerus en Plato weer ontdekten, de reizende zangers die hun liederen naar die der heidensche dichters vormden, zij allen baanden het tijdperk der Renaissance den weg en de bloeiende handelssteden met haar vrije burgerij, de schitterende vorstenhoven met hun bewoners rijk aan middelen en vrijen tijd, vormden den voedingsbodem, waaruit zij haar levenskracht putte. Ook de godsdienst was geen hindernis; de praal der kerk had de onthoudingsleer van het oorspronkelijk christendom sinds lang doen vergeten.

De vrouwen namen, voor zooverre zij tot de welgestelde volksklasse behoorden, zonder ervoor te moeten strijden, deel aan de geestesschatten, die in haast onuitputtelijken overvloed opgegraven werden.

Haar tijd en haar krachten werden niet meer door de omvangrijke huishoudelijke bezigheden van vroeger eeuwen in beslag genomen,

daar handwerk en industrie het vervaardigen van een menigte gebruiks- \ voorwerpen overgenomen hadden, en het grove dagelijksch werk uitsluitend aan dienstboden overgelaten werd. Zoo was het slechts een

1) Zie Weinhold, t. a. p., blz. 115.

Sluiten