Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den man gelijk wil stellen: Een vergelijking evenwel tusschen de in het algemeen geestelijk laag staande vrouwen van Frankrijk en Engeland in de 15de en 16de eeuw met de hoog ontwikkelde vrouwen van Italië uit denzelfden tijd, moet geheel en al ten gunste dezer laatsten beslissen. ') Zij waren geen stille, stompzinnige onderworpenen of arglistige intriganten, zij verscheurden dus vaak den band van verlagende huwelijken en volgden de stem haars harten, en deze hoogere zedelijkheid sloot van zelf lichtvaardige zedeloosheid juist bij de meest beteekenenden onder haar uit.

Waar echter de algemeene ontwikkeling der vrouwen in eenzijdige geleerdheid ontaardde en waar vrouwen als kunstenaressen, dichteressen of redenaarsters in het openbaar optraden, teekende zich een karaktertrek in 't bizonder af: haar wetenschap zoowel als haar kunst droegen een volkomen mannelijken stempel, en de hoogste lof die haar toegezwaaid kon worden, was dat zij een mannelijken geest hadden. Reeds de \ theologante Boulonnois, die in de 13de eeuw te Bologna predikte en professor werd, 2) was wegens de „mannelijke kracht" van haar woord beroemd. Novella d'Andrea, de bekoorlijke leerares in het kanonieke recht, en Magdalena Buonsignori, de beroemde vervaardigster van ,,de legibus connubialibus", 3) waren rechtsgeleerden van „mannelijke scherpzinnigheid." Isotta Nogarola, die voor pausen en keizers voordrachten hield, Cassandra Fedele, die in Padua doceerde, Ippolita Sforza, die op het congres te Mantua den paus begroette, Isikratea Monti en Emilia Brembati, wier redenaarskunst honderden toehoorders trok — zij allen zagen er hun hoogste eerzucht in, haar geslacht te doen vergeten. En zoozeer was deze opvatting schering en inslag, dat zelfs veelbeteekenende vrouwen voor zich zelf de gelofte van kuischheid aflegden, daar zij tusschen den dienst van wetenschap of kunst en het physisch leven ^ van de vrouw als moeder, geen harmonisch verband vonden. Tot haar behoorde Vittoria Colonna, de gevierde dichteres, de onsterfelijke vriendin van Michel Angelo. 4) Ook zij vermocht niet, trots de geestelijke kracht die haar eigen was, de klove tusschen de vrouw als geslachtswezen en de vrouw als kunstenares en geleerde te overbruggen. En hier moesten de vrouwen der Renaissance schipbreuk lijden, wijl de rol die zij als uitvoerende, niet slechts als suggereerende en beoordeelende elementen in het geestesleven speelden, niet het resultaat was van een uit de innerlijke ontwikkeling van het gezamenlijk vrouwelijk geslacht

1) Zie Burckhardt, t. a. p., 2de deel, blz. 185 en vlgg.

2) Zie M. Thomas, Essay sur le caractère, les moeurs et Pesprit des femmes Parijs 1772, blz. 82.

3) Zie L. Frank, Le femme-avocat, t. a. p., blz. 61 en vlgg.

4) Zie A. von Reumont, Vittoria Colonna. Freiburg i. Br., 1881.

Sluiten