Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo alleen staat, is licht te begrijpen, want de geleerdheid, die een middel van geestelijke bevrijding, van dieper en meer verfijnd leven voor allen had moeten worden, werd een modegril van gegoede kringen, die ten slotte tot belachelijke caricaturen leidde. De vrouwen vonden, zooals in Italië, de harmonie tusschen haar vrouwelijke natuur en haar wetenschappelijke vorming niet. Ook zij ontzegden zich vaak liefde en moederschap, om zich ongestoord aan haar studiën te wijden. Zoo brachten b.v. de Précieuses van het hotel Rambouillet de geleerde / vrouwen in een gerechtvaardigden kwaden naam, en als Molière in zijn blijspelen Les précieuses ridicules en Les femmes savantes haar onnatuur doodelijke slagen toebracht, dan betoonde hij zich daarmee niet een vijand, maar een vriend van het vrouwelijk geslacht.

Veel meer dan op de geestelijke ontwikkeling van Frankrijk, had de herleving van de klassieke oudheid op die van Duitschland ingewerkt. Maar de tijden waren te moeilijk, de massa der bevolking was te arm, de vrouwen waren te sterk gekneld in den engen kring harer huiselijke zorgen, dan dat zij er een noemenswaardig deel aan ha"<Wen kunnen nemen. Eerst zeer langzaam drong de geest van den nieuwen tijd uit de kamers der geleerden en de gehoorzalen der universiteiten ook tot haar door. Terwijl de 15e en 16e eeuw de bloeitijd der vrouwengeleerdheid in Italië, in Spanje, gedeeltelijk ook in Frankrijk was, begon \ deze pas in Duitschland in den aanvang der 17de eeuw. Veel eerder hielden zich evenwel de humanisten bezig met het theoretisch onderzoek der vrouwenkwestie, zooals de italiaansche renaissance haar aan de orde gesteld had, door de poorten der klassieke beschaving niet voor de vrouwen te sluiten. Wat ginds zonder strijd onder den onmiddellijken indruk van den grooten geestelijken vooruitgang geschiedde, daarover moest de zwaartillende Duitscher eerst langademige theorieën opstellen en de trage, kunstmatig neergedrukte geest der duitsche vrouw kon het vreemde voedsel slechts in homoeopatische hoeveelheden verdragen. De eerste geleerde, die als voorvechter van deze soort van vrouwenkwestie gelden kan, was de merkwaardige platonisch-christelijke filosoof Cornelius Agrippa van Nettesheim. Zijn boek over den voorrang van het vrouwelijk geslacht, ') dat in 1505 verscheen, laat zich gedeeltelijk lezen als een moderne verdediging van het recht der vrouwen op beschaving. Hij geeselt de opvoeding der meisjes tot luiheid en verklaart dat het alleen de schuld dezer opvoeding is, als de vrouwen haar

') Het geschrift verscheen eerst in de latijnsche taal onder den titel: De nobilitate et praecellentia foeminini sexus, en in 1721 in duitsche vertaling: Des Cornelii Agrippae anmuthiges und curieuses Tractütgen von dem Vorzug des weiblichen vor dem mannlichen Geschlecht.

Sluiten