Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de strijd om de intellectueele rechtsgelijkheid trad meer op den achtergrond. Vandaar dat wel de namen genoemd worden van haar die, als Anna Clifford, haar politieke rechten verdedigden, maar het type der geleerde vrouw treedt slechts zeer zelden op. De belangstelling voor de wetenschappen uitte zich veel meer door oprichting en ondersteuning van geleerde inrichtingen — niet minder dan twaalf colleges werden van de 14de tot de 16de eeuw door vrouwen gesticht ') — dan door productieven geestesarbeid. Geen dezer vrouwen viel het in, een hoogeschool voor haar eigen geslacht in het leven te roepen. Defoe's plan en Mary Astell's voorstel bleven bij gevolg onopgemerkt.

In Duitschland vonden zij — d. w. z. voor zoover het bij plannen bleef — talrijke navolgers. De zedekundige weekbladen in het begin der 18de eeuw behandelden het thema in alle richtingen. In Hamburg was men zelfs niet ver van de stichting eener academie. Maar het kwam er niet van. In plaats dat men het vrouwelijk geslacht een vruchtbare algemeene ontwikkeling verstrekte, vermeerderde zich slechts het aantal eenzijdige „blauwkousen". Gottsched, die langen tijd op letterkundig gebied alleenheerscher was, zong haar onverdiende lofliederen, terwijl zijn veel verstandiger vrouw zich in haar brieven herhaaldelijk vroolijk maakte om die vrouwen wier meest begeerd doel de doctorshoed was. In de praktijk werd die doctorstitel behaald door vrouwen, die door het niet leveren van zelfstandigen arbeid duidelijk genoeg toonden, dat het meer ijdelheid en eergierigheid waren dan dorst naar talent en dorst naar wetenschap, die de drijfveeren van haar streven uitmaakten. Tot de weinige uitzonderingen behoorde Dorothea von Schlözer, die o. a. een thema behandelde dat schijnbaar zoo ver lag buiten den vrouwelijken smaak, als de russische muntgeschiedenis. De meest uitblinkende van alle geleerde vrouwen van Duitschland, die intusschen grootendeels tot den modernen tijd behoort, had ter verhooging van haren roem de academische waardigheid niet noodig: het was Caroline Herschel 2), de ontdekster van zes kometen, de groote helpster van haar grooten broeder.

Trots het geringschattend oordeel, dat in het algemeen over de vrouwelijke geleerden der 17de en 18de eeuw te vellen is, mogen toch de diensten, die zij aan de vrouwenbeweging bewezen hebben, niet vergeten worden: zij brachten door zelf krachtig te treden uit de gewone lijst van het vrouwenleven, het vraagstuk der hoogere vrouwelijke ontwikkeling in beweging, en aan haar is het mede toe te schrijven, dat de oplossing van dit vraagstuk de eerste taak der duitsche burgerlijke vrouwenbeweging, ja de eigenlijke drijfveer van haar ontstaan geworden is.

1) Zie Stopes, t. a. p., blz. 193 en vlgg.

2) Zie Memoir and correspondence of Caroline Herschel. London, 1S75.

Sluiten