Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om echter het beeld der vrouw van de hoogere standen tot het aanbreken der 19de eeuw, dus tot den tijd, waarop een stelselmatige vrouwenbeweging overal doorbrak, te voltooien, mag de fransche vrouw uit de salons van de vorige eeuw niet vergeten worden. In de talrijke mémoires van dien tijd weerspiegelt zich het beeld van haar wezen: haar gratie en haar luchthartigheid, haar grofheid en haar overgevoeligheid, haar diepe vernedering en haar ontwaken. Zelfs door de dikke muren der kloosters, waar de jonge meisjes opgevoed werden, sloop de wulpschheid: zoo smeedde een der maïtressen van Lodewijk XV hier reeds als schoolmeisje het plan, waardoor zij den koning inpalmen wilde. ') Pracht en vermaak was aller verlangen; het was een eer de heldin van een schandaal te zijn en de cavaliers van het hof konden aan de vervolgingen van hooge dames nauwelijks ontkomen. 2) Het huwelijk was een tusschen de ouders van het paar afgesloten handelszaak. Het druischte geheel in tegen de zeden, gold voor ouderwetsch en belachelijk, als de echtgenooten voor elkander liefde toonden. De vrouw had haar minnaars, de man zijn maitressen. Bij het omslachtige morgentoilet ontving de vrouw des huizes haar eerste bezoek; 's avonds in de kleine, dichtafgesloten schouwburgloge, die ook voor de toeschouwersruimte door gordijnen beschut kon worden, 's nachts op de ontuchtige gemaskerde bals had zij haar rendez-vous. Zooals de mode alle natuur onderdrukte, het middel met geweld inreeg, de heupen door hoepelrokken tot in het afschuwelijke uitzette, de haren door poeder van hun kleur beroofde, het gelaat door verven en schoonheidspleistertjes tot een masker maakte, zoo waren ook alle natuurlijke gevoelens verstikt en verwrongen. Liefde, kunst, wetenschap — alles stond slechts in dienst der genotzucht. De veel geroemde geestrijke gesprekken der 18de eeuw waren wuft en oppervlakkig, slechts op den triomf der ijdelheid berekend. Voor de ontaarding van het vrouwelijk geslacht spreekt evenwel één feit luider dan al het andere: de verachting van het moederschap, de verloochening van het kind. Nauwelijks was het geboren, of de moeder stuurde het kind naar het land bij een min; het zelf te voeden was onmogelijk met het oog op haar figuur en de eischen van het gezelschapsleven. Teruggekeerd, werd het aan een gouverneur of gouvernante overgegeven, die er zoo spoedig mogelijk een jongen heer of jonge dame van maakte. Dat er geen vroolijke jeugd voor deze arme schepsels bestond, bewijzen de stijve kleeren — verkleinde edities van de kleeding der volwassenen —, de geverfde kinderwangen en gepoederde haren. Het klooster nam

1) Zie E. et J. de Goncourt, Les maitresses de Louis XV. Paris 1860. Eerste deel, blz. 52.

2) Zie Mémoires du maréchal duc de Richelieu. Haris I7Ü3.

Sluiten