Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verleenden als eerste staten van de wereld haren vrouwelijken burgers het kiesrecht — een daad van wetgeving die tot ver buiten de grenzen van Amerika het grootste opzien verwekte. ')

Al deze feiten tezamen bliezen de geestdrift voor de vrouwenbeweging in Frankrijk tot een helle vlam aan. Daar de bodem voorbereid was, kon zij niet onvruchtbaar blijven. De wensch naar hoogere ontwikkeling, om door deze met meer uitwerking in de worstelingen van den tijd te kunnen ingrijpen, deed zich in de eerste plaats gelden. De gesprekken in de salons, de eigen lectuur voldeden niet meer en zoo werd in 1786 onder leiding van Montesquieu, Laharpe en Condorcet een Lyceum gesticht, dat spoedig het verzamelpunt der meest uitnemende vrouwen werd, bij wie zich een kleine kring van mannen — in 't geheel ongeveer 700 personen — aansloot. De laatsten der Encyclopedisten en hun opvolgers hielden daar lezingen over wiskunde, scheikunde, natuurkunde, geschiedenis, letterkunde en wijsbegeerte; maar onder den gloeienden adem der Omwenteling werden hun geleerde lezingen spoedig tot vurig agitatorische redevoeringen. Laharpe verscheen met de phrygische muts op de tribune 2) en de leerlingen, tot wie Madame Roland, markiezin Condorcet en Madame Tallien behoorden, 1 werden van toehoorderessen handelende personen in het drama dat zich daarbuiten ontwikkelde.

Door de stichting van het Lyceum was het recht der vrouwen op ontwikkeling erkend; zoo spoedig de Nationale Vergadering bijeen kwam, eischten de vrouwen in petities en vlugschriften de erkenning van dit recht ook van den staat. 3) De grondwet van 1791 nam positie ten opzichte van deze eischen. Talleyrand, die in de Nationale Vergadering rapport uitbracht omtrent de nieuwe regeling van het openbaar onderwijs, wijdde aan het vraagstuk van de opvoeding en ontwikkeling der vrouw een hoofdstuk, dat bij de overige kalme, theoretische, ja vaak droge beschouwingen door zijn agitatorischen toon opvallend afsteekt. 4) Om de door hem gewenschte beperking der vrouwenontwikkeling tot den kleinsten omvang te motiveeren, ging hij terug tot op de vraag, of vrouwen als staatsburgers te beschouwen waren. Hij gaf aanstonds toe, dat het een ongerechtigheid scheen, die met de idealen der Omwenteling in de schrilste tegenspraak stond, als de eene helft van het menschelijk

1) Zie E. C. Stanton, S. B. Anthony M. J. Gage, History of Woman suffrage. New York 1881, deel I, bl. 31 en vlgg.

2) Zie A. Guillois, t. a. p., blz. 90 en vlgg.

3) Zie Ch. L. Chassin, Le génie de la révolution. Paris 1863, deel 1, bl. 298 en vlgg.

4) Zie M. de Talleyrand-Périgord, Rapport sur 1'instruclion publique. Paris 1781, bl. 117 en vlgg. en 210 en vlgg.

Sluiten