Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al deze werkzaamheid was echter tegenover haar actie ten gunste van haar eigen geslacht slechts van een voorbijgaande beteekenis. Op het gebied der vrouwenbeweging opende haar optreden eenn nieuw tijdperk. Reeds in haar adres aan de vrouwen had zij uitgeroepen: „Is het niet tijd dat ook onder ons, vrouwen, een omwenteling begint? Zullen wij altijd op ons zelf blijven staan? Zullen wij nimmer een werkzaam aandeel nemen in de vorming der maatschappij?" Toen echter de Verklaring der Menschenrechten verscheen en alles in geestdrift zette, gaf zij een manifest uit, de Verklaring der Rechten van de Vrouwen, dat in korte, krachtige trekken het programma der vrouwenbeweging bevat. Na eenige inleidende woorden, waarin zij aantoont dat het miskennen, vergeten of verachten der rechten van de vrouwen de oorzaak van nationaal ongeluk en zedelijk verval zou zijn, gaat zij verder:

„De vrouw is vrij geboren en van rechtswege den man gelijk. Het doel van iedere wetgevende gemeenschap is de bescherming der \ onvervreemdbare rechten van beide geslachten: de vrijheid, de vooruitgang, de veiligheid en het verzet tegen de onderdrukking.... De uitoefening der rechten die der vrouw van nature toekomen, is echter tot heden binnen enge perken gehouden. Uit de gemeenschap van mannen en vrouwen bestaat de natie waarop de staat berust; de wetgeving moet de uitdrukking zijn van den wil dezer algemeenheid. Alle burgeressen moeten evenals alle burgers persoonlijk, of door haar gekozen vertegenwoordigers, aan de vorming dier wetgeving deelnemen. Zij moet voor allen gelijk zijn. Derhalve moeten alle burgeressen en alle burgers, naar hun geschiktheden, tot alle openbare betrekkingen, onderscheidingen en beroepen gelijkmatig toegelaten worden; alleen de verscheidenheid harer deugden en talenten mag de maatstaf voor haar keuze zijn. De vrouw heeft het recht het schavot te beklimmen, tot het betreden der tribune moet zij hetzelfde recht bezitten. De rechten der vrouw echter moeten tot de welvaart van allen, en niet tot voordeel van haar geslacht alleen strekken.

„De vrouw draagt evenals de man tot het vermogen van den staat bij, zij heeft hetzelfde recht als hij om over het beheer daarvan rekenschap te eischen. Een staatsregeling is ongeldig, wanneer niet de meerderheid van alle individuen, waaruit de natie bestaat, aan haar

totstandkoming meegewerkt heeft.... Ontwaakt, gij vrouwen ! De

fakkel der waarheid heeft de wolken van verblinding en van tyrannie verspreid; wanneer zult gij ziende worden? Vereenigt u; zet tegenover de kracht van ruw geweld de kracht van verstand en gerechtigheid. En weldra zult gij zien, hoe de mannen niet meer als smachtende aanbidders aan uwe voeten liggen, maar, trotsch er op de eeuwige

Sluiten