Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFDEELING II.

DE ECONOMISCHE KANT VAN DE VROUWENKWESTIE.

I.

De strijd om arbeid in de burgerlijke vrouwenwereld.

Eerste periode. — Begin eener opvoedinghervorming uit het oogpunt van beroepsarbeid.

Theoretische beschouwingen over de vrouwenkwestie hebben noch wetenschappelijke waarde noch practische beteekenis, als zij enkel uitgaan van vooropgezette meeningen of algemeene ethische beginselen. Om tot juiste resultaten te komen is het veeleer noodig zich op de feiten te baseeren. Het bleek daarom niet alleen noodzakelijk de historische ontwikkeling van de positie der vrouw in het leven der menschheid in het algemeen te beschrijven, het is ook een vereischte sedert het tijdstip waarop de vrouwenkwestie zich uitbreidt en verschillende, alle even belangrijke kanten in haar aan den dag komen, telken male de geschiedkundige beschouwingen aan de theoretische te doen voorafgaan. Daarbij komt het er minder op aan afzonderlijke feiten zoo volledig mogelijk saam te voegen, dan wel den gang der ontwikkeling in groote trekken na te gaan en zijn stuwende krachten bloot te leggen.

In 't bizonder de economische kant van de vrouwenkwestie, die het gansche beroepsbestaan van het vrouwelijk geslacht omvat, van de hoogste toppen van wetenschappelijken arbeid tot den duisteren afgrond der prostitutie, heeft deze wijze van behandeling noodig. Veel onvruchtbare strijd over het recht der vrouwen op arbeid, over haar toelating tot, of haar uitsluiting van mannelijke beroepen, zou vermeden worden, vele slechts moraliseerende zedelijkheidsapostels zouden hun vergeefsche hervormingspogingen staken, wanneer de historische kennis in de plaats van ingewortelde vooroordeelen en vage gevoelens zou treden. De ontwikkeling te willen stuiten is een nutteloos pogen; ook die haar

Sluiten