Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijval en veel navolging. ') De school van Emma Willard is de grondsteen geworden van het groote gebouw der vrouwenbeschaving dat thans Amerika siert. Tegelijkertijd begon een andere vrouw haar openbaren arbeid: Lucretia Mott. Sinds 1820 trok zij ongehinderd als predikster der Kwakers door de Staten, niet alleen als zendelinge van haren godsdienst, maar ook als pionier der vrouwenbeweging, wier optreden alleen reeds het bewijs leverde, dat de vrouw met dezelfde bekwaamheid en hetzelfde goed gevolg haar geest kan stellen in den dienst van algemeene belangen.

Keeren wij naar Duitschland terug. Daar waren de schooltoestanden, trots Francke, trots Gottsched en Basedow, tot het uiterste verwaarloosd. „Onze dochters zijn van alle betere ontwikkeling uitgesloten", klaagde een brave Duitscher. 2) „Na het ABC geleerd te hebben, worden zij zonder genade in de keuken, in de kinderkamer, in de naaikamer gestopt." En een vrouw met zeldzaam scherpzienden blik, Helene Unger, schilderde in haar roman „Juichen Grünthal" de treurige kostschoolopvoeding der meisjes en haar verderfelijke gevolgen: toilet en spel, fransche conversatie en laffe lectuur vulden het leven der schoolmeisjes, om later over te gaan in de modeziekte, de overgevoeligheid, die door het eerste het beste ontroerd wordt en van het werkelijk leven geheel vervreemd is. 3) Maar deze klachten en veroordeelingen waren op zich zelf reeds een teeken van vooruitgang. En er begon inderdaad in de hoofden en harten der vrouwen een nieuwe geest op te komen. De klassieke dichtkunst en de politieke ommekeer waren zijn bronnen. Wel is waar zou het geheel verkeerd zijn naar de vrouwen uit de omgeving der groote dichters alle andere te willen afmeten; eerst heel langzaam drongen hun werken door tot in de donkere hoeken van het burgerlijk vrouwenleven, verwekten zij geestdrift, zin voor het schoone, en verhieven zij de arme verwaarloosden en verdoolden in een andere geestelijke levenssfeer. Dank zij een Lotte, een Gretchen, een Klarchen, kwam de warmbloedige natuurlijkheid weer tot haar recht. En een Minna von Barnhelm, een jonkvrouw van Orleans, een Maria Stuart deden haar den blik werpen tot voorbij het enge eigen leven waarin de gevoelige zielen zich in haar eigenliefde opgesloten hadden. Doch meer nog werkte in die richting de drukkende nood, die heel Duitschland in een rouwkleed hulde. De vrouwen wier vaders en broeders, wier

1) Zie Mrs. H. Hanson Robinson, Le mouvement féministe aux Etats-Unis, in de Revue politique et parlementaire, 5e jrg., no. 50. Paris 1898, bi. 160.

2) Zie Natorp, Grundriss zur Organisation allgemeiner Stadtschulen. DuisburgEssen 1804.

3) Zie Adalbert von Hanstein, t. a. p., 1900. 2e deel, blz. 300 en vlgg.

Sluiten