Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onmogelijkheid voor haar, en het huwelijk zonder bruidschat onmogelijk," riep hij uit, en schilderde met donkere kleuren het lot van de arme dochters der bourgeoisie, wie alleen het klooster, het beroep van gezelschapsjuffrouw of onderwijzeres, of het onteerend bedelaarsleven bij gegoede verwanten restte. Hij eischte voor haar toelating tot het beroep van arts en wenschte dat zij door den staat aangesteld zouden worden als school-, gevangenis- en fabrieksinspectrices, — een eisch waarvan de billijkheid een halve eeuw later in zekere landen nog steeds bestreden wordt! „De arbeid, dat is vrijheid en leven," was voor hem het uitgangspunt en het d"oel der emancipatie. De wet van 1850 die alle gemeenten van 800 zielen verplichtte ten minste één meisjesschool op te richten, ') en het verlof aan de vrouwen om de voordrachten aan het Collége de France bij te wonen, kunnen als gevolg der mede door Legouvé gevoerde agitatie beschouwd worden. De reactie na 1848 belemmerde spoedig eiken sterkeren vooruitgang. Het middelbaar onderwijs voor meisjes dat een zoo veelbelovende vlucht genomen had, leed in 't bizonder sterk onder het snel toenemen van het aantal opvoedingskloosters, die de Omwenteling van 1789 geheel onderdrukt en Napoleon tot het uiterste beperkt had. Haar concurrentie was voor de wereldlijke kostscholen bijna vernietigend; niet alleen gaf de bourgeoisie aan de goed ingerichte, door tuinen omgeven, allerlei voordeelen biedende kloosters voor hunne dochters de voorkeur boven de enge, donkere wereldlijke opvoedingsinstellingen, ook de onderwijzeressen konden zich nauwelijks staande houden tegenover de kloosterzusters. De secondanten in de kostscholen moesten ook dienstbodenarbeid verrichten en bereikten nauwelijks een wedde van 200 francs per jaar en de privaat-onderwijzeressen waren blij als zij na een vermoeienden arbeidsdag van 12 tot 14 uren 4 frs. dienden. Daarbij wies haar aantal tengevolge van het ontbreken van andere beroepen buitengewoon. In 1864 waren er alleen 3000 pianoonderwijzeressen te Parijs. *) Eerst Engelands voorbeeld schudde de vrouwen uit haren slaap wakker. Madame Allard en Jules Simon richtten naar het beeld der engelsche vereeniging twee genootschappen tot vakopleiding van vrouwen op. Een reeks artikelen die in 1862 over het vraagstuk van den vrouwenarbeid in het „Journal des Débats" verschenen, en het op grondige studie berustende boek van Jeanne ? Daubié over den toestand der onvermogende vrouwen, 3) hadden invloed op de openbare meening en steunden de denkbeelden dier

1) Zie Jeanne Chauvin, Etude historique sur les professions accessibles aux femmes. Paris 1892, blz. 202 en vlgg.

2) Zie J. V. Daubié, La femme pauvre au XIX. siècle. Paris 1866. Blz. 135 en vlgg.

3) T. a. p.

Sluiten