Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestreden, maar spoedig beperkte zich de tegenstand slechts tot enkele bizondere ijveraars. In de zeventiger jaren opende zich voor de aandringende vrouwen de eene hoogeschool na de andere en zij gingen er ook gedeeltelijk toe over haar academische graden te verleenen. De in alle staten opgerichte vrouwenvereenigingen hadden den eisch van hooger onderwijs in hare statuten opgenomen. Bizondere vereenigingen zooals de Female Medical Educational Society richtten haar agitatie op de voorbereiding tot bepaalde beroepen. Reeds in 1874 werd in de medische faculteit der universiteit van Boston een afzonderlijke cursus voor vrouwelijke studenten ingericht; thans staan voor haar, met uitzondering van de staatsscholen, alle medische scholen open. Zooals Elisabeth Blackwell op dit gebied de baanbreekster geweest was, zoo was het Antoinette Brown op dat der theologische studie. Aan Oberlin College waar zij haar examen schitterend had afgelegd, waren haar reeds door de leeraren de grootste moeilijkheden in den weg gelegd en men strafte haar „onvrouwelijk" voorbeeld, door haar naam niet op te nemen in de lijst der gegradueerden. Weinige jaren later evenwel begonnen de kerkelijke genootschappen, met uitzondering van de katholieke en de episcopaalsche kerk, in hun theologische scholen ook vrouwelijke studenten toe te laten. Op dezelfde wijze ontwikkelde zich de studie der rechtsgeleerdheid, die Arabella Mansfield voor de eerste maal voor zich afgedwongen had. Veel moeilijker werd het voor de vrouwen, nu, op grond harer kennis, tot beroepsuitoefening toegelaten te worden.

Den vrouwelijken artsen werd de klinische vorming reeds onmogelijk gemaakt doordat geen der bestaande ziekenhuizen haar toeliet, nog minder vonden zij natuurlijk patiënten, men beschouwde haar met wantrouwen en geringschatting. Toen Dr. Emily Blackwell en Dr. Marie Zakzrewska zich te New York vestigden, waar het eerste ziekenhuis voor vrouwen, dat slechts vrouwelijke artsen bezigde, door haar ontstond, was het haar eerst onmogelijk een woning te vinden: geen huisheer wilde de verachten opnemen. De eerste vrouwelijke juristen werden of door de gerechtshoven niet toegelaten als advocaat, of zij wachtten te vergeefs op cliënten. Niemand wilde aan vrouwen zijn zaken toevertrouwen. De vrouwelijke geestelijken werden uitgefloten, soms zelfs met steenen verdreven, en de gegradueerden der filosofische faculteiten vonden slechts zelden een leerstoel aan een College. Iets sneller gelukte het den vrouwen die een kostwinning zochten, in den handel binnen te komen en de regeering was haar hier behulpzaam. Reeds in 1862 stelde generaal Spinner, zonder acht te slaan op de algemeene verontwaardiging daarover, zeven vrouwen aan als beambten aan de Nationale Bank en in 1875 kon hij verklaren dat er meer dan

Sluiten