Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee derden der bondsstaten dit voorbeeld gevolgd. Nauwelijks één beroep zal voor de vrouwen volkomen gesloten zijn; sedert de benoeming van Dr. Anita Newcomb tot officier van gezondheid met den rang van luitenant, schijnt zelfs de militaire loopbaan voor haar op zekere wijze open te staan. Onder de staatsbeambten bevinden zich vrouwen niet alleen in ondergeschikte betrekkingen: in twee staten bekleeden zij het ambt van staatssuperintendent van het schoolwezen, zijn dus met andere woorden minister van onderwijs. Vrouwelijke hoofden van gemeenten zijn er in grooten getale. ') In 22 staten bevinden zich 227 provinciale superintendenten der onderwijsinstellingen. Een vrouw, Miss Estelle Reel, werd door de bondsregeering tot hoofdinspectrice der gezamenlijke Indianenscholen benoemd. In Michigan fungeert sinds 1899 een vrouw \ als ambtenaar van het openbaar ministerie; in Kansas zijn 20 pCt. van alle leden van schoolbesturen en 5 pCt. van alle notarissen vrouwen. In verscheidene parlementen zijn de officieele stenografen vrouwen; 30 fabrieksinspectrices zijn in de bondsstaten werkzaam. Vrouwelijke staatsarchivarissen en bibliothecarissen zijn in aanzienlijk getal aangesteld. In alle ministeries der bondsregeeringen zijn vrouwelijke beambten werkzaam. In de zoogenaamde vrije beroepen is het aantal vrouwelijke advocaten in het bizonder opmerkenswaardig; zij worden in 22 staten toegelaten en zelfs het opperste gerechtshof te Washington stelde bij de wet van 1879 de vrouwen met de mannen gelijk. Tot heden nam het acht vrouwen op. Vrouwelijke professoren vindt men ook aan de eerste universiteiten des lands, zooals in Boston Mercy Jackson als professor

in de kinderziekten, in Wisconsin Helen Campbell als professor ij] de

staathuishoudkunde. Behalve in de genoemde beroepen hebben vrouwen zich door handelsondernemingen getracht zelfstandig te maken, en voornamelijk in de zuidelijke en westelijke staten hebben zij zich als bezitsters en leidsters van uitgebreide veefokkerijen en melkerijen, van groente-, vruchten- en bloemkweekerijen uit armoede tot rijkdom weten op te werken. 2)

Aan de amerikaansche ontwikkeling van dezen kant der vrouwenkwestie komt de enqelsche het meest nabij; de politieke vrijheid verbonden met de open door policy, d. w. z. de idee van de vrije concurrentie, had een snelle economische vlucht ten gevolge, die ook den vrouwen ten goede kwam. De plaafe aan den levensdisch behoefde haar niet op zulk een heftige manier betwist te worden als elders in Europa. Ook haren strijd om hoogere ontwikkeling werden minder moeilijkheden in 1 den weg gelegd.

1) Zie Grace H. Dodge, What women can learn. New York 1898, blz. 20.

2) Zie o. a. Women in Professions. London Congress, t. a. p., blz. 154 en vlgg.

Sluiten