Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het middelbaar onderwijs voor meisjes wijden, plaats heeft '), voor zooverre zij zich niet voorbereiden door studies aan de universiteit. Sinds 1870 reeds staan haar, met uitzondering van de godgeleerde, niet alleen alle faculteiten open, zij kunnen ook dezelfde graden behalen als de mannen. Op het gebied der geneeskunde hebben zij ongetwijfeld een strijd te voeren, die tot dusver niet geheel en al tot het doel leidde: tot de klinische en heelkundige vorming en het daaraan verbonden examen wordt haar in 't geheel niet of slechts bij uitzondering toegang verleend. Ten slotte gelukte het haar in de parijsche ziekenhuizen vier jaren te mogen studeeren, zonder dat men haar evenwel tot de hoogere examens toeliet. De studenten zoowel als de artsen waren gedurende den ganschen strijd haar verklaarde tegenstanders. Ook op een ander gebied, dat van de kunst-studie, was van een gelijkheid van rechten der vrouwen langen tijd geen sprake. Zelfs de werken van een Rose Bonheur, van een Vigé-Lebrun waren niet in staat geweest, den vrouwen den toegang tot de Ecole des Beaux-Arts mogelijk te maken. De overgeleverde meening, dat de goede zeden daardoor gekwetst zouden worden, moest hier zoowel als bij het klinisch onderwijs tot voorwendsel der uitsluiting dienen. Eerst in 1897 volgde de toelating; de fransche Kamer stond tegelijkertijd een bepaalde som toe ter oprichting van twee laboratoria voor vrouwelijke leerlingen, om daarmee aan het vooroordeel tegen de gemeenschappelijke opvoeding van beide geslachten tegemoet te komen.

Veel sneller ging het vraagstuk van het industrieel en handelsonderwijs der vrouwen haar oplossing tegemoet. Reeds in 1870 telden de vijf parijsche handelsscholen 800 vrouwelijke leerlingen. In de provincie ontstonden, gedeeltelijk door de gemeente gesticht, dergelijke inrichtingen, wier groot aantal bezoekers getuigenis aflegt, dat zij aan een dringende behoefte voldoen.

De vrouw in den handel is dan ook sinds lang een welbekende verschijning in Frankrijk, en men roemt in 't algemeen haar omzichtigheid en haar practisch oordeel. Vrouwen die haar zaak werkelijk geheel zelfstandig drijven, zijn daardoor naar verhouding hier veelvuldiger te vinden dan in andere landen. Reeds in de vijftiger jaren werden haar bekwaamheden erkend, doordat de spoorwegmaatschappijen begonnen vrouwen in haar bureaux aan te stellen, en de Staat, die reeds in het begin van de eeuw vrouwen bij de posterijen in dienst gesteld had, vermeerderde haar aantal einde 1877 in aanzienlijke mate. 2)

1) Zie Jeanne Chauvin, t. a. p., blz. 224 en vlgg.

2) Zie Louis Frank, La femme dans les emplois publics. Bruxelles 1893. Blz. 49 en vlgg.

Sluiten