Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

administratie en tot het notariaat volgde. ') De universiteit, die eerst in 1880 voor haar geopend werd, laat haar thans tot elke studie en tot alle examens toe, eveneens zijn de gymnasia voor haar opengesteld. Vrouwelijke apothekers en artsen, leeraressen aan gymnasia en schoolinspectrices zijn reeds lang een gewone verschijning. Bij den dienst der posterijen en telegrafie bevinden zich in Noorwegen en Zweden reeds vrouwen sinds 1857 en 1860.

Denemarken staat ten achter bij de genoemde landen. Wel is waar laat cle'unlvèrsiteit te Kopenhagen sedert 1825 vrouwen met gelijke rechten toe, vrouwelijke artsen zijn met de mannelijke gelijkgesteld en de schoolcommissies hebben vrouwelijke leden, maar het beroep van advocaat is voor haar gesloten en de staat stelt maar zelden vrouwelijke beambten aan.

Een dergelijke verhouding bestaat in België, waar zelfs de vrouwelijke artsen haar beroep niet ongehinderd kunneiTuitoefenen. Bizonder goed ingericht is hier daarentegen het ambachts- en landbouwonderwijs der vrouwen, dat ook door den staat gesteund wordt, doordat landbouwleeraressen tot het houden van cursussen en het geven van practisch onderwijs naar het platte land uitgezonden worden. Een heftigen, maar tot nog toe geheel vergeefschen strijd voeren de vrouwen onder leiding der rechtsgeleerde Marie Popelin om de toelating tot de advocatenpractijk. 2)

Op veel grooter vorderingen kan de hollandschg vrouwenbeweging wijzen. Ten opzichte van de wetenschappelijke vorming genieten de vrouwen juist dezelfde voordeelen als de mannen. Ook de gymnasia worden door jongens en meisjes gemeenschappelijk bezocht. Eveneens is geen enkel wetenschappelijk beroep voor haar gesloten. In bijzondere gunst verheugen zich de vrouwelijke artsen. Een van haar, mejuffrouw Dr. Van Tussenbroek, werd in 1898 als professor in de vrouwengeneeskunde aan de universiteit te Utrecht beroepen. Onder de drie door de gemeente Amsterdam aangestelde doctoren is een vrouw, en de geneeskundige examencommissie heeft sinds 1898 ook een vrouwelijk lid. In staatsdienst staat buitendien een adjunct-inspectrice van den arbeid, wier aanstelling evenwel eerst het gevolg van een zeer langdurige agitatie is geweest. 3)

1) Zie J. Ingelbrecht, Le féminisme et la femme témoin. Revue politique et parlementaire. Paris 1900. Nr. 68 en Nr. 69, blz. 367 en vlgg. en 601 en vlgg.

2) Zie L. Frank, La femme-avocat. Paris 1898, blz. 70 en vlgg.

3) Aan de bereidwilligheid van een bekende nederlandsche schrijfster dankt de vertaler de volgende, met toestemming van Lily Braun ingevoegde, nadere aanteekeningen over de hollandsche vrouwenbeweging:

Sluiten