Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste te stichten! Dat de houding der regeering en der volksvertegenwoordiging tegenover den eisch der toelating van vrouwen tot de universiteiten geen vriendschappelijke was, waar reeds haar voorbereiding daartoe geen steun vond, is niet te verwonderen. Toen in 1891 het eerste verzoekschrift om openstelling van de doktersstudie in den duitschen Rijksdag in behandeling kwam, werd dit als een revolutionair stuk beschouwd. „De duitsche vrouw," „het duitsche gezin," „de duitsche zedelijkheid" werden met groot pathos daar tegenover verdedigd. Slechts de sociaal-democraten, met Bebel aan de spits, kwamen met nadrukkelijken ernst voor de zaak der vrouwen op ') — gevaarlijke bondgenooten, want nu was in de oogen van alle conservatieven de vrouwenbeweging rood gekleurd. Toen in de volgende jaren het verzoekschrift opnieuw in behandeling kwam, toonden zich de vertegenwoordigers der liberale partijen wel is waar welwillender voor de zaak, het resultaat echter bleef hetzelfde; de wenschen der vrouwen werden door een eenvoudig overgaan tot de orde van den dag afgedaan. *)

Sinds dien heeft zich een wijziging der toestanden in stilte voorbereid. De universiteiten begonnen vrouwen als toehoorderessen toe te laten, eerst — waarschijnlijk uit eerbied voor de „duitsche vrouw" — voornamelijk buitenlandsche vrouwen, van wie enkelen zelfs duitsche doctoraten verwerven mochten, later echter ook duitsche. De ervaringen die men opdeed, moeten niet slecht geweest zijn, want, hoewel de opname van toehoorderessen van de welwillendheid van iederen docent afhing, steeg haar aantal van jaar tot jaar. En zelfs lieten, in onderscheid met andere landen, professoren van alle faculteiten, ook van de godgeleerde, vrouwen tot hun colleges toe. Maar practische waarde had haar studie in zooverre niet, daar zij steeds slechts geduld en niet geëxamineerd werden. Eens in 1899 besloot de bondsraad tot de toelating van vrouwelijke studeerenden tot de medische en pharmaceutische staatsexamens. Kort geleden heeft hij op voorstel van den Rijkskanselier besloten den vrouwen verdere concessies te doen, door haar den studietijd aan buitenlandsche universiteiten — waarop zij tot dusver alleen aangewezen waren als zij het examen wilden afleggen — bij de aanmelding voor het duitsche staatsexamen ten volle aan te rekenen. Dat is voor Duitschland een groote vooruitgang, ook wanneer men in aanmerking neemt, dat er in Italië reeds sinds tien jaren vrouwelijke docenten in de geneeskunde aan de universiteiten zijn, dat Griekenland

1) Zie de stenografische verslagen der verhandelingen van den Rijksdag, 86e zitting, 7e wetgevingsperiode, le sessie 1890—91.

2) T. a. p., 8e wetgevingsperiode, 2e sessie 1892—93, 50e zitting; en 9e wetgevingsperiode, 2e sessie 1893—94, 86e zitting.

i

Sluiten