Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Duitsche Rijk twee, Turkije zelfs vijf jaar vooruit is, en in Rusland reeds sedert ongeveer achttien jaren de staatsexamens voor vrouwen toegankelijk zijn.

De geest der nieuwe eeuw scheen zich eindelijk ook over de duitsche vrouwen te willen erbarmen: Heidelberg en Freiburg verleenden haar het volle academische burgerrecht.

Zoo bezitten dan thans de duitsche dochters der bourgeoisie de volgende gelegenheden tot ontwikkeling: er staan haar naast particuliere instellingen 580 middelbare meisjesscholen open, in tegenstelling tot 850 middelbare jongensscholen, die echter alleen voortgezette lagere scholen zijn en in de pruisische begrooting bijv. bij de volksscholen gerekend worden; daarvan zijn er slechts 17 staatsscholen. Zij kunnen verder meisjesgymnasia, die op een na onder particulier beheer staan, bezoeken en tot het eindexamen worden toegelaten. Willen zij zich tot onderwijzeres voorbereiden, dan staan haar in Duitschland 114 kweekscholen ten dienste. Teekenend is dat in Pruisen alleen 112 staatskweekscholen en 10 voor vrouwen geteld worden. Het examen voor hoofdonderwijzeres kunnen zij op grond harer studiën aan het Victoria-Lyceum, aan de Humboldt-Academie of aan de in Göttingen gestichte opleidingscursussen afleggen. Slechts aan twee universiteiten kunnen zij met gelijke rechten als de mannen studeeren en alleen het examen voor doctor in de medicijnen staat haar overal officieel open. De staatskunst* of kunstnijverheid-academies staan op geen ander standpunt dan het meerendeel der universiteiten.

Tot de niet-wetenschappelijke beroepen wordt haar de voorbereiding minder bemoeilijkt, ofschoon de desbetreffende scholen ook hier bijna uitsluitend aan het particulier initiatief haar oorsprong en bestaan te danken hebben. Naast de handels- en ambachtsscholen zijn onlangs, naar het voorbeeld van Engeland, ook tuinbouwscholen voor vrouwen opgericht.

Het duister beeld dat wij ontwerpen moesten en dat tot een buitengewoon langzamen, schuchteren vooruitgang „als slotsom komt, wordt nog veel duisterder, als wij van den strijd om vorming tot het beroepsleven, tot den strijd om het beroep zelf overgaan.

In 1867, toen in Engeland en Frankrijk vrouwen reeds met succes in den post- en telegraafdienst werkzaam waren, verwekte het daarop betrekking hebbend eerste verzoekschrift der Algemeene Duitsche Vrouwenvereniging in den Rijksdag van den Noordduitschen Bond niets dan schaterend gelach '), dat zich vijf jaren later onder de leiding van den

1) Zie Stenografisch Verslag der handelingen van den Rijksdag van den Noordduitschen Bond. Sessie 1867. Blz. 665.

Sluiten