Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

democratie overliet. Zoo kwam het dat op een tijdstip waarop de kwestie van toelating der vrouwen tot het beroep van arts in Amerika, Engeland, Frankrijk, Rusland en Oostenrijk reeds zoover uitgemaakt was, dat zij zelfs in dienst van den Staat plaatsing vonden, in Duitschland haar oplossing ten gunste der vrouwen als een revolutionaire daad gevreesd werd. Zoo kwam het echter ook dat de vrouwenbeweging bij alle „partijen der orde" in den reuk van sociaal-democratische gezindheid kwam en tallooze vrouwen, die van haar vader, man of broeder afhankelijk waren, hetzij zich weer geheel van haar terugtrokken, of zoo voorzichtig en terughoudend in hare wenschen werden, als bijv. de Algemeene Duitsche Vrouwenvereeniging het altijd is geweest.

De in 1894 naar het voorbeeld van het amerikaansch nationaal verbond gestichte bond van duitsche vrouwenvereenigingen werkte, hoe burgerlijk angstvallig zij ook optrad, evenwel levenwekkend op de duitsche vrouwenbeweging, die aan de groote organisatie — zij omvat thans 131 vereenigingen — een steun in den rug heeft. Echter werd daardoor nog slechts het verzet tegen haar versterkt. Een teekenend bewijs daarvoor is de houding der artsen tegenover de aanspraken der vrouwen op toelating tot hun beroep. Het was ook hier in de eerste plaats de strijd om het brood, die de geneesheeren te wapen riep. Enkelen waren eerlijk genoeg dat zonder meer toe te geven, anderen handelden als verblinde dweepers, terwijl zij de verhoudingen in het buitenland scheef voorstelden om hun opvattingen te ondersteunen. ') Tot een gemeenschappelijk optreden leidden de verhandelingen en besluiten van het 2óste duitsche congres van artsen te Wiesbaden in 1898, waar in aansluiting met de inleiding van Professor Penzoldt, die op het meest eenzijdige materiaal berustte, tegen de toelating van vrouwen tot uitoefening van het beroep van arts een besluit genomen werd, — in hetzelfde jaar dat de groote engelsche vereeniging van geneesheeren Mrs. Garrett-Anderson tot haar voorzitster koos! Een dergelijk in den Sjfierpsten vorm vervat besluit nam tegelijkertijd de duitsche apothekersvereeniging, terwijl een jaar te voren het belgisch pharmaceutencongres te Bergen juist het tegendeel verklaard had, de russische staat een pharmaceutische school voor vrouwen stichtte en in Holland reeds sinds 30 jaar vrouwelijke apothekers werkzaam waren! Maar dat was nog niet alles. In 1899 weigerde het congres van duitsche tandmeesters, een vakgenoote als deelneemster toe te laten, en de berlijnsche ver-

1) Zie b. v. de brochure van Professor Albert: Die Frauen und das Studium der Medizin, Weenen 1895, waarin hij o. a. zegt dat van 1486 vrouwelijke studenten in Engeland maar elf arts werden, terwijl inderdaad 260 vrouwelijke studenten tot 1895 het medisch staatsexamen met goed gevolg aflegden.

(

Sluiten