Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevangenis-opzichteressen in ondergeschikte betrekkingen en enkele gerechtelijke deskundigen en tolken; in den laatsten tijd moeten ook vrouwen in het toezicht op de dwangopvoeding plaatsing vinden. Als assistenten aan universiteitsinstellingen zijn eveneens vrouwen werkzaam. Veel belangrijker is de ten langen leste verkregen aanstelling van adjunct-fabrieksinspectrices in Beieren, Wurtemberg, Baden, Hessen, Saksen, Coburg, Gotha en eindelijk ook in Pruisen. De beraadslagingen die aan haar benoeming in den Rijksdag en in de landdagen voorafgingen, vormen alleen reeds een belangwekkend hoofdstuk der vrouwenbeweging. In den aanvang werd de door de sociaal-democraten gesteunde eisch met gelach ontvangen, eenigen tijd later ging men over tot ernstige behandeling, motiveerde echter zijn afwijzende houding met de — slechte resultaten der fabrieksinspectrices in Engeland en in 't bizonder in Amerika, terwijl betwijfeld werd of zij in Frankrijk zelfs wel bestonden. Toen ten slotte ook de liberalen gunstiger gestemd werden, werd de eisch door de conservatieven bestreden als gold het de grondslagen van den staat te beschermen. Men opperde zelfs van den kant der regeering de vrees dat de vrouwelijke beambten te veel de partij der arbeidsters zouden opnemen. In den Saksischen Landdag verklaarde een afgevaardigde, dat de eer van den fabrikantenstand door haar aanstelling gekwetst zou worden, en toen in Maart 1899 de kwestie in het Pruisische Huis van Afgevaardigden tot beslissing kwam, werd van alle kanten met nadruk gezegd, dat er slechts een proef genomen zou worden en de vrouwen in geen geval zelfstandig zouden zijn, maar alleen als „beambte tweede klasse" beschouwd mochten worden. Slechts in dezen zin werd eindelijk de beslissing genomen.

Een eenigszins gunstiger verloop namen de pogingen tot uitbreiding van den beroepsarbeid op particulier gebied. Het door de overlevering geheiligde vrouwenberoep van ziekenverpleegster, dat tot dusver meer een offer was, gebracht aan het godsdienstig gevoel, dan een levensberoep dat gezocht werd om een broodwinning te vinden, begon zich langzamerhand aan de hedendaagsche eischen aan te passen. Zoowel de vereeniging Het Roode Kruis als, in nog hoogere mate, de evangelische diaconessen-vereeniging, bieden der ziekenverpleegsters naast een hechte organisatie een van godsdienstige bekrompenheid bevrijde werkzaamheid. ') Maar de oude opvatting van een christelijk liefdewerk, dat geen loon verlangt, kleeft dit beroep nog zoo sterk aan, dat het nog geen toereikend levensonderhoud aanbiedt en daarbij een opoffering van alle persoonlijke gemakken vordert, waartegen slechts weinigen

1) Zie Dr. Friedrich Zimmer, Der evangelische Diakonieverein. 4de druk, Herborn 1899.

Sluiten