Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet bij zijn getrouwde kennissen, hoogst zelden verlokkend toeschijnen zal. Ook de behoeften van zijn hart kan hij voor weinig geld bevredigen; verwekt hij kinderen, dan kosten zij hem niet zooveel als echtelijke zouden kosten, hij draagt er geen verantwoordelijkheid voor dat zij goed door de wereld komen en zij hebben zoo goed als geen rechten op hem. Wanneer hij al trouwt, dan gebeurt dit niet zelden pas, wanneer hij den bitteren droesem der kelk van het genot bereikt heeft en kalmte en oppassing noodig heeft. Doch ook voor zedelijk ernstig denkende mannen der burgerlijke kringen, die gaarne zouden willen trouwen, wordt het sluiten van een huwelijk steeds moeilijker. Hun inkomen staat meestal tot de behoeften in de grootste wanverhouding; hun beroep zelf bemoeilijkt vaak het vestigen van een gezin, daar het reizen en vaak veranderen van woonplaats met zich meebrengt en de vraag of hij er zijn bestaan in vindt afhankelijk is van zijn lichtere bewegelijkheid. Maar de schuld, — indien al ten opzichte van de uitkomsten van economische ontwikkelingen van schuld gesproken kan worden, — aan den achteruitgang van het aantal huwelijken treft niet alleen de mannen.

In de bourgeoisie, voornamelijk in die van den middenstand, die voor vooruitstrevende denkbeelden het moeilijkst bereikbaar is, is de opvoeding der dochters in het algemeen volkomen er op ingericht om juist de beste mannen van het trouwen af te schrikken; zij kunnen noch geestelijk gelijk staande gezellinnen, noch goede huisvrouwen en moeders worden; zij zijn leeken in alle opzichten, zoowel wat haar oppervlakkige schoolkennis en treurige kunstliefhebberijen, als wat haar neergetrapt gevoelsleven betreft. Zij zijn voor den man weeldevoorwerpen, niet veel anders dan het de haremvrouwen voor de Mohammedanen zijn, en zij zijn niet geëigend om den zin voor het huwelijk te verhoogen.

Bij de verhoogde eischen, die de opvoeding der zonen aan de beurs van den vader stelt, bij de stijgende moeilijkheid voor hen om zichzelf te onderhouden, ook wanneer zij zeer bescheiden leven — een pruisische luitenant is vaak tien jaar lang op een maandelijksche wedde van 75 tot 97 Mark ') (45 k 58 gulden) aangewezen, en onbezoldigde referendarissen zijn dikwijls tot hun 30ste levensjaar geheel van hun ouders afhankelijk, — blijft voor het huwelijksgeld der dochters steeds minder over, en haar huwelijksvooruitzichten verdwijnen meer en meer, terwijl haar aanspraken, al onwillekeurig door de gewoonten van het leven in het ouderlijk huis, hooger zijn. Wordt haar vader gepensioneerd, of haar moeder weduwe, dan staat de bitterste nood voor de deur.

I) Zie Firks Taschenkalender für das Heer, Berlin 1900, blz. 379.

Sluiten