Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meisjes zijn in geen gunstigen geldelijken toestand. Velen harer hebben een jaarlijksch inkomen van slechts 80 tot 100 pd., weinigen bereiken een inkomen van 150 pd. en niet meer dan een half dozijn verdient 200 pd. Nog slechter zijn de toestanden der onderwijzeressen aan de lagere school, die door de Girls Day School Company aangesteld worden en gemiddeld 12 pd. 12 sh. per jaar verdienen! De onderwijzeressen aan de kweekscholen, die met 40 pd. beginnen, hebben ook slechts bij uitzondering het vooruitzicht, haar inkomen te verhoogen. ') Ook de ziekenverpleegsters, die in Engeland haast uitsluitend uit • burgerlijke kringen voortkomen, worden voor haar opofferenden arbeid op onvoldoende wijze schadeloos gesteld: behalve woning en kost hebben zij een inkomen van 12 tot 30 pd. 's jaars. Zelfs de door den staat aangestelde beambten bij de posterijen en telegrafie verheugen zich volstrekt niet in een schitterende positie, daar het grootste deel van haar slechts 65 tot 80 pd. 's jaars trekt, haar mannelijke beroepsgenooten ontvangen voor gelijke werkzaamheden een minimum-salaris van 70 pd. en terwijl zij in de hoogere betrekkingen een inkomen tot 900 pd. hebben, krijgen de vrouwen in dezelfde betrekkingen in het gunstigste geval 400 pd. 2) Hetzelfde kan men van de handelsbedienden zeggen, wier inkomens van 20 tot 40 pd. 's jaars bedragen, een som die ongeveer 33 pCt. lager is dan die der mannen. 3) Een gelijk beeld herhaalt zich in Frankrijk en is vooral droevig bij de staatsbeambten. De vrouwelijke beambten bij de posterijen en de telegrafie hebben een aanvangssalaris van 1000 frs., de mannelijke bij gelijke werkzaamheden 1500 frs.; het inkomen der vrouwen stijgt alle 2 jaren met 100 frs., dat der mannen alle 3 jaren met 300 frs.; het hoogste salaris der vrouwen eindelijk bedraagt 1800 frs., dat der mannen daarentegen meer dan het dubbele, nl. 4000 frs. 4)

Treuriger nog zijn de toestanden in Duitschland en Oostenrijk. In het Duitsche Rijk toch zijn nog onderwijzeressen wier jaarwedde 300 tot 450 Mk. bedraagt, een inkomen dat te vergelijken is met dat eener bizonder slecht betaalde linnennaaister. Een onderwijzeres aan de lagere school, die op 700 Mk. aangesteld wordt, — geen onderwijzer verdient minder dan 900 Mk., — heeft het vooruitzicht na 31 jaren ingespannen werkzaamheid 1560 Mk. op het allermeest te verdienen. In Gumbinnen bereikt zij na 20-jarigen dienst een maximum van

1) Zie Miss Amy Bulley en Miss Margaret Witley, Women's Work. London 1894, blz. 10 en vlgg.

2) Zie Sidney and Beatrice Webb, Problems of modern industry. London 1898, blz. 65.

3) Zie t. a. p., blz. 42 en vlgg.

4) Zie Women in Professions. London Congres, t. a. p., blz. 20.

Sluiten