Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat is de weg dien de industrie-arbeidster in de 19de eeuw heeft moeten afleggen. Uit huis verdreven, van het dagelijksch brood beroofd, dacht zij in de fabriek haar redding te vinden. Zij offerde zich op, onverpoosd dag aan dag; eindelijk, zoo hoopte zij, zou de arbeid verlossing brengen, voeding, onderdak, kleeding voor haar en haar kinderen. Zij had zoo weinig behoeften, zij dacht er nauwelijks aan, den rijken voor wie zij schiep hun rijkdom te benijden. Wat had zij bereikt? Nauwelijks een dak boven het hoofd, nauwelijks een kleed aan het lijf, nauwelijks het noodigste om den honger te stillen en de dreigende spoken — nood en ellende — haar rusteloos op de hielen.

Waarom stroomden trots dat al de vrouwen in steeds grooter aantal deze ellende toe? Waren zij als landarbeidsters, als dienstboden niet in veel beteren toestand? Dat is vaak beweerd, hoewel de feiten daartegen spreken.

Den eersten duidelijken blik in de toestanden van de landarbeiders verschafte de engelsche commissie van onderzoek in 1867. ') Het beeld dat zij onthulde was gruwelijk. De meisjes en vrouwen werden algemeen bij den zwaarsten en smerigsten arbeid, bijv. bij het hooi-, graan- en mestladen, gebezigd. 2) Haar arbeidstijd was onbegrensd en een verzet daartegen was reeds daarom vaak geheel onmogelijk, wijl haar werkgever tegelijk de landheer was, evenals de duitsche landgoedbezitter zeer dikwijls gelijkertijd rechterlijk ambtenaar is. Daarbij was ook voor de behuizing van de landarbeiders op de meest ontoereikende wijze gezorgd. Heele gezinnen woonden niet alleen in half vervallen hutten van één kamer, er werden dikwijls 2 of 3 bij elkaar gestopt. Aan een scheiding der daglooners van beide geslachten dacht men ternauwernood: schuren en leege stallen dienden hen maar al te vaak tot verblijfplaats en waren het uitgangspunt van zedelijke verwildering. „Het is onmogelijk," zegt de engelsche commissie, „den schadelijken invloed der woningen zoowel in lichamelijk als in zedelijk, sociaal, economisch en intellectueel opzicht te overdrijven." 3) Het treurigst verschijnsel echter in het leven der engelsche landarbeiders was het koppelstelsel, dat hierin bestond, dat agenten scharen van jonge meisjes en jonge mannen — aan het meisje werd overigens steeds de voorkeur gegeven — huurden en hen voor den veldarbeid op een bepaalden tijd naar het land brachten. Niet alleen dat de meisjes die zich in den ontwikkelingstijd bevonden

') Zie Report of the Commission on the Employment of Children, young Persons and Vomen in Agriculture, London 1868.

2) T. a. p., XIII.

3) T. a. p., XI.

Sluiten