Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorderden, en, uiterlijk beschouwd, eenige trappen hooger stonden dan die der fabrieks- of werkplaatsarbeidsters. Bij nader toezien bemerkte men echter door louter schaduw nauwelijks meer het licht: laag loon en uitbuiting tot het uiterste gingen meestal hand in hand en het geweldig snel toenemen van het aantal winkeljuffrouwen was helaas grootendeels toe te schrijven aan het zich onderwerpen aan voorwaarden die elke man met toorn van zich af zou wijzen. Zij deden het niet alleen uit een zekere argelooze onbekendheid met wat zij zouden kunnen eischen, maar ook in scherpen concurrentiestrijd met de vele meisjes uit den middenstand die, wijl zij aansluiting bij haar ouders of een eigen klein inkomen hadden, met ieder loon, dat voor haar slechts zakgeld was, zich tevreden stelden.

Het toenemen van den proletarischen vrouwenarbeid in de 19de eeuw beperkt zich tot de industrie en den handel. In beide geschiedt het even snel. Voor de industrie wordt zij door de groote ontwikkeling der techniek gesteund, ja vaak eerst daardoor mogelijk gemaakt. De toenemende wanverhouding tusschen het inkomen der mannen en de behoeften van het gezin, dreef de vrouwen tot loonarbeid: door haar veeltallig intreden in het beroepsleven oefenden zij nochtans weer een druk uit op alle loonen. Zij bevinden zich dientengevolge in een cirkel, waaruit geen ontkomen mogelijk schijnt.

Het afnemen van den proletarischen vrouwenarbeid in den landbouw en in den huisdienst is gedeeltelijk aan economische beweegredenen,

— lage loonen en langen arbeidstijd, — gedeeltelijk aan psychologische

— de ontwakende behoefte naar vrijheid en genot — toe te schrijven, en bij oppervlakkige beschouwing krijgt men den indruk alsof het ontstane gebrek aan arbeidskrachten op beide beroepsterreinen evenmin te verhelpen is, als het overaanbod in handel en industrie.

De beroepsarbeid der vrouwen was reeds vóór de 19e eeuw een bekend verschijnsel, maar het bewoog zich in 't algemeen binnen de grenzen van het huis en van datgene wat men onder speciaal vrouwelijken arbeid verstond. De omstandigheid dat zij in massa het huis verlieten, dat zij in de bedrijven der grootindustrie samenstroomden, dat door de machine haar organisatie zich wijzigde, die de vrouw uit de positie van een in zekere mate zelfstandigen ambachtsman, die zijn arbeid in alle deelen alleen uitvoerde, tot deelarbeidster en bedienster der machine deed dalen, riepen een ommekeer te voorschijn, die met een nieuwe schepping gelijk stond. De hedendaagsche proletarische vrouw heeft met de arbeidster van verleden tijden niet veel meer gemeen. En zij heeft veel op haar voor. Want de machine die haar in nood en ellende stortte, helpt haar ook, zich daaruit vrij te maken. Zonder

Sluiten