Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze zou de vrouw steeds in haar vereenzelviging, die eiken vooruitgang belemmert, zijn blijven steken. Door de machine werd zij in het leger der proletariërs ingelijfd, de rijke stroom van haar liefde en haar medegevoel werd buiten den kring van het gezin geleid; zij leerde lijden met haar arbeidsgenooten en zal met dezelfde toewijding ook met en voor hen leeren strijden, waarmee zij eens slechts voor eigen vleesch en bloed gestreden heeft.

V.

De statistiek van den proletarischen vrouwenarbeid volgens de laatste tellingen.

Om een duidelijk beeld van den huidigen stand van den proletarischen vrouwenarbeid te verkrijgen, komt het er in de eerste plaats op aan, de uitbreiding ervan in cijfers vast te stellen. Dit pogen brengt evenwel groote moeilijkheden met zich mee: de tellingen der verschillende landen wijken, wat hun beginselen zoowel als wat de wijze van uitvoering betreft, zoo van elkander af, dat een vergelijking van internationale gegevens niet tot onvoorwaardelijk juiste resultaten leiden kan. Zelfs wanneer wij ons voornamelijk tot Duitschland, Oostenrijk, Frankrijk, Engeland en de Vereenigde Staten beperken, hebben wij met geheel ongelijksoortige tellingen te doen. Reeds het begrip „in een beroep \ werkzamen" staat niet vast. Duitschland en Oostenrijk rekenen, deels in hooge mate, de medehelpende gezinsleden erbij, terwijl Engeland b.v. deze volkomen uitsluit. Verder is in Frankrijk, Engeland en NoordAmerika aan de eerste voorwaarde eener telling van den proletarischen arbeid niet voldaan, doordat de sociale classificatie, — d. w. z. de indeeling der in-een-beroep-werkzamen in zelfstandigen, beambten, arbeiders enz., — geheel ontbreekt of zeer ontoereikend is. Frankrijk, I dat in de overigens onvoldoende tellingen van 1881 en 1891 de sociale classificatie in ondernemers, beambten en arbeiders aangewend had, is in de telling van 1896 daarvan afgeweken en heeft beambten en arbeiders onbegrijpelijkerwijze weer door elkaar geworpen, zoodat zij, trots haar overige goede hoedanigheden, voor ons doel slechts in beperkte mate bruikbaar is. Engeland kent alleen de indeeling in werkgevers, werknemers en voor eigen rekening arbeidenden, en ook deze eerst in de laatste telling van 1891; in die van 1881 ontbreekt haast iedere indeeling en slechts de groote splitsing der takken van arbeid maakt een bij benadering juiste vaststelling van den proletarischen arbeid mogelijk. Datzelfde geldt voor Noord-Amerika, waar de sociale classificatie zoo goed als geheel ontbreekt en slechts de uitvoerigheid

Sluiten