Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het deze meening toch feitelijk bevestigt. Want eerst het verwijderen van door opvoeding ontstane eigenschappen zal de natuurlijke helpen ontwikkelen en wel zou dan het volgende blijken: ten opzichte van hun lichaamskrachten zullen de geslachten elkaar naderen, daar eenerzijds de tot nu schier ongebruikte krachten der vrouw ontwikkeld worden, anderzijds de arbeidssoorten, die sterke spierkracht vereischen, door de machine hun bestaansrecht meer en meer verliezen, en de man aldus door gebrek aan oefening noodzakelijk aan kracht verliezen zal. De geestesvermogens der geslachten daarentegen zullen zich in geheel verschillende richting ontwikkelen en de splitsing in de beroepen zal dientengevolge niet zoo als heden door haar lichamelijke, maar veeleer door haar geestelijke eigenschappen veroorzaakt worden.

Keeren wij na deze uitweiding op het gebied der onderstellingen naar de feiten terug. Dan is het nu noodzakelijk het licht te doen vallen op een belangrijk, zeer uitgestrekt veld van vrouwenarbeid dat grootendeels nog zeer in het donker ligt: de huisindustrie.

Aan Duitschland en België komt tot heden de verdienste toe, een statistisch onderzoek van de huisindustrie ondernomen te hebben. Natuurlijk is het zeer onvolledig gebleven, daar juist de in de huisindustrie werkzame personen buitengewoon moeilijk te bereiken zijn. Wanneer dus ook met reden aangenomen kan worden dat de verkregen cijfers veel te laag zijn, dan is de vergelijking tusschen de uitkomsten der beide jongste tellingen in Duitschland in zooverre betrouwbaar, als de wijze van telling dezelfde bleef. Het blijkt dan dat de huisindustrieëelen in het algemeen verminderd zijn, en wel zijn zij volgens de opgaven der arbeiders bij de bedrijfstelling van 476.080 in 1882 tot 460085 in 1895, volgens de opgaven der ondernemers van 544.980 tot 490711 teruggegaan; de bedrijven daarentegen die arbeiders in de huisindustrie tewerkstellen, zijn van 19.209 tot 22.307 toegenomen. Een onderzoek der afzonderlijke bedrijfssoorten leidt nochtans tot het resultaat dat de vermindering niet over alle gelijkmatig verdeeld is, dat veeleer naast aanzienlijke verminderingen eenerzijds, sterke vermeerderingen anderzijds voorkomen. ') Een groepeering dezer bedrijfssoorten, al naar het verschil harer ontwikkeling, leidt tot de volgende resultaten:

(Zie de tabellen op bladzijde 245)

Een beschouwing dezer tabellen toont aan dat die soort van huisindustrie die als een voortzetting van de oude handwerksorganisatie

1) Zie hiervoor zoowel als voor het volgende de beschouwingen van Werner Sombart over huisindustrie in het Handwörterbuch der Staatswissenschaften, 4e deel, 2e druk, blz. 1138 en vlgg.

Sluiten