Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallig of voorbijgaand, zij hangt veeleer nauw samen met de gansche moderne ontwikkeling der huisindustrie, die mede hieraan toe te schrijven is, dat de ondernemer door decentralisatie der arbeiders besparingen maken wil. Hij zoekt de goedkoopste arbeidskrachten en komt daarbij het eerst bij de vrouwen. Laat ons nu zien in welke takken van arbeid het toenemen van den vrouwenarbeid het sterkst was:

1882 1895

BEDRUFSSOORTEN ~ ~ , .

v Van iedere 100 huis-

industrieelen zijn vrouwelijk

pottenbakkerij I 7,9 29 9

glasblazerij voor de lamp 27,7 44,9

goud- en zilverpletten : 50,0 53,3

goud- en zilverdraadtrekken i 80,3 86,9

metalen speelgoed, fijne blik- en tinwaren . . . 38,6 60,1

maken van metaalmengsels < 13,3 35,8

blikwaren | 5,1 27,6

fabricage van weef- en spinmachines ; 30,5 37,2

potlooden 65,8 83,5

linnenweven 35,0 43,4

katoenweven 1 25,9 43,3

weven van gemengde waren j| 18,7 33,4

gummi- en haarvlechten en -weven 1 60,6 81,5

breien en tricotage 29,0 50,3

linnenbleeken en -verven ... 19,4 50,9

ververij en bleekerij I 19,7 21,2

papier-maché-waren 42,0 50,0

boekbinden en cartonnage 36,3 40,8

zadelmaken, speelgoed uit leder j 32,7 44,7

draaien en snijden 6,7 13,2

tabaksbewerking 30,3 45,2

modemaken 93,8 99,8

hoedenmaken en filtwaren 34,8 36,3

corsets 67,1 94,8

Uit deze tabel blijkt duidelijk, dat een verschuiving ten gunste van den huisindustrieelen vrouwenarbeid in zeer veel gevallen daar plaats vindt, waar er sprake is van oude, wegstervende vormen der huis-

Sluiten