Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de 51.539 vrouwen waren in 1885—'86:

ongehuwd gehuwd weduwe gescheiden onbekend

volstrekt in pCt. volstrekt in pCt. volstrekt in pCt. volstrekt in pCt. volstrekt in pCt.

1 T"^

32.801 63,6 1.357 2,6 498 i 1,0 4 — 16.879 32,8

Van de 79.987 vrouwen waren in 1895—'96:

ongehuwd j gehuwd weduwe gescheiden onbekend

volstrekt in pCt. volstrekt in pCt. volstrekt in pCt. volstrekt in pCt. volstrekt in pCt.

70.921 88,7 6.775 8,5 2.011 2,5 36 — I 244 0,3

l

De waarde der onderhavige tabellen wordt nog meer beperkt doordat in de vorige tellingsperiode van bijna een derde deel der arbeidsters de burgerlijke staat onbekend bleef. Hoezeer het derhalve ook den schijn heeft, als zouden de gehuwde vrouwen of weduwen toegenomen zijn, moet dit resultaat toch met voorbehoud aanvaard worden, daar het hooge cijfer der arbeidsters van onbekenden burgerlijken staat in 1885 tot 1886 een nauwkeurige vergelijking geheel uitsluit.

Voor Engeland zijn wij op nog onzekerder cijfers aangewezen. Een telling naar den burgerlijken staat in verband met de beroepsbezigheid en de sociale classificatie werd noch in 1881 noch in 1891 aan de volkstelling verbonden. In weerwil hiervan heeft men getracht op grond harer uitkomsten den burgerlijken staat der arbeidsters vast te stellen. ') Twee opgaven bij de telling vormden de steunpunten voor het onderzoek: het aantal van alle ongehuwde en het aantal van alle in een beroep werkzame vrouwen. In de plaatsen waar het aantal der ongehuwden, wel te verstaan: van alle ongehuwden, het aantal der in een beroep werkzamen overtrof, gaf het verschil tusschen beide cijfers het minimumcijfer der gehuwde vrouwen die een beroep uitoefenen aan. Hoewel hierbij uitdrukkelijk verklaard wordt dat men met minimumcijfers te maken heeft, zijn toch zelfs deze zeer betwistbaar, daar men zonder meer kan begrijpen, dat nergens alle ongehuwde vrouwen in een beroep werkzaam zijn. Maar zelfs afgezien hiervan zijn de resultaten van het onderzoek, dat een vermindering van de gehuwde arbeidsters constateert, van hoogst onzekeren aard. Slechts 19 van de 61 steden met meer dan 50.000 inwoners zijn in aanmerking genomen en de verschillende berekeningen vertoonen in hun methode aanmerkelijke fouten. 2) Wij

1) Zie Miss Collet. Report on the Statistics of Employment of Women and Girls. London 1894.

2) Zie de Kritiek van het Report, door Dr. Ludwig Sinzheimer in Brauns Archiv für soziale Gesetzgebung and Statistik. 8e deel 1895, blz. 682 en vlgg.

Sluiten