Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

processen merkbaar tegenhouden. Wij zien echter -sok dat de gehuwde arbeidsters zich, nog sterker dan de arbeidsters in 't algemeen, in enkele weinige beroepen opeendringen.

Was het ook al niet mogelijk voor een reeks van landen de vermeerdering van den arbeid der gehuwde vrouwen vast te stellen, toch kan men uit de haast overal gelijke voorwaarden, — stijgende behoeften en vermeerdering van vrouwenarbeid in 't algemeen, — de slotsom trekken, dat in elk geval van een teruggang geen sprake kan zijn en het toenemen waarschijnlijk zelfs sneller zal zijn dan dat van de ongehuwde arbeidsters.

Maar ook het toenemen van den arbeid van weduwen, gescheiden en verlaten vrouwen moet onder de oogen gezien worden. Is het alleen aan grooten nood toe te schrijven? Mijns inziens niet. De arbeiders huwen meer dan vroeger, — in 1882 waren in Duitschland 40, in 1895 41 pCt. gehuwd; — daar nu niets de krachten der mannen vroeger sloopt dan de proletarische arbeid, en deze, bij de geweldige ontwikkeling bovenal van de industrie, steeds meer mannen — dus ook ziekelijke en zwakke — in beslag neemt, moet het aantal der proletarische weduwen snel toenemen. Nog een andere omstandigheid komt hierbij: het toenemen der echtscheidingen, hetzij met of zonder hulp der justitie. De beroepsarbeid van het vrouwelijk geslacht heeft deze ontwikkeling zonder twijfel bevorderd. De vrouw is niet in die mate als vroeger, eenvoudig tengevolge van de dagelijksche nooddruft van haar zelve en haar kinderen, aan den man als voedselverstrekker geketend, en evenmin heeft hij zelf tegenover haar een zoo sterk verantwoordelijkheidsgevoel als vroeger. Ook dat mag goede zielen als een zeer bedenkelijk gevolg van het toenemen van den vrouwelijken beroepsarbeid toeschijnen, terwijl het, van een hooger standpunt beschouwd, den weg baant tot een vernieuwing van het huwelijk. Hoe zelfstandiger de vrouw tegenover den man staat, des te vrijer zal zij den drang van haar hart kunnen volgen.

De geheele ontwikkeling van den vrouwenarbeid, zooals deze zich uit de droge cijlers aan ons oog voordoet, moet ieder die niet blind is of wil zijn, dit ééne duidelijk doen zien: geen ander verschijnsel in den huidigen tijd werkt zoo revolutioneerend als de vrouwenarbeid. Zonder deze zou de omvorming van het sociaal en economisch leven, zooals de arbeidersklasse die nastreeft, een droombeeld blijven. Want hij legt den bijl aan de wortels van de oude maatschappij. Hij verandert de vrouw, dat meest behoudend element in het volksleven, in een strevend en denkend mensch; de arbeid alleen is haar groote ontvoogder die haar uit de slavernij naar de vrijheid voert.

Sluiten