Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de arbeidende kinderen: die van het mannelijk geslacht verdienden 40 pf. tot 1,20 mark, die van het vrouwelijk slechts van 30 pf. tot 1 mark per dag. Voor de weverijen gold hetzelfde: terwijl de dagloonen der mannen 3,30 mark plachten te bedragen, bereikten de vrouwen in het beste geval een loon van 2,40 mark. ') In de fabrieken te Mannheim werd geconstateerd dat 56 pCt. der mannen 15 tot 25 mark per week verdienden, 71 pCt. der vrouwen daarentegen slechts 8 tot 10 mark; 1 '/2 percent der mannen konden zelfs op een verdienste van meer dan 35 mark rekenen, terwijl slechts 0,08 pCt. der vrouwen het hoogste inkomen van 30 tot 35 mark behaalden. 2) Volgens een berekening voor Groot-Britannië, die betrekking heeft op 110 fabrieken met 17.430 arbeiders, en voor Massachusets, die 210 fabrieken met 35.902 arbeiders omvat, en in het geheel 24 verschillende industrieën insluit, zijn de loonsverhoudingen voor beide geslachten als volgt: 3)

Groot-Britannië Massachusetts

mannen vrouwen mannen vrouwen

j dollars dollars dollars dollars

gemiddeld hoogste weekloon . . J 11,36 4,10 j 25,41 8,57

laagste „ . . 4,72 2,27 7,09 4,62

weekloon | 8,26 3,37 11,85 6,09

Hier, waar algemeene gemiddelde cijfers gezocht werden, is, zooals wij zien, het verschil tusschen mannen- en vrouwenloonen buitengewoon groot. In al deze gevallen komt het er nu echter op aan, welke soort van arbeid de vrouwen verrichten, en daar die vraag onbeantwoord blijft, kan men uit dit verschil in loonen geen stellige gevolgtrekkingen maken. Het vraagstuk wordt in een scherper licht gesteld door de volgende gegevens: In de berlijnsche kantoorboeken-industrie stempelen mannen en vrouwen titels op de verguldpers. De arbeider \ krijgt 1 mark per 100 stuks, de arbeidster 70 pf. De arbeiders die lijnen trekken, hebben een weekloon van 27 mark, de vrouwen die denzelfden arbeid verrichten, 12 tot 15 mark. 4) De mannelijke ketting-

') Zie H. Herkner, Die oberelsïsische Baumwollindustrie und ihre Arbeiter. Strassburg i. E. 1887, blz. 308.

2) Zie F. Wörishoffer, Die soziale Lage der Fabrikarbeiter in Mannheim. Karlsruhe 1891, blz. 142 en vlgg.

3) Zie Sidney and Beatrice Webb, Problems of modern Industry. London 1898. blz. 48.

4) Zie Elis. Gnauck—Kühne, t. a. p., blz 54.

Sluiten