Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

karakter van den vrouwelijken arbeid in 't algemeen. Het meisje vat dien niet op als een levensberoep, zooals de jonge man, maar ziet in dien arbeid — zoo weinig dit ook waar mag zijn — een doorgangstijdperk tot het huwelijk, het eigenlijk „beroep". Zij heeft niet onder alle omstandigheden de verplichting zich zelfstandig te maken, zij vindt vaak in het gezin nog een steun. Derhalve is er haar volstrekt niet zooveel aan gelegen een zekeren graad van volkomenheid te bereiken Niets levert hiervoor een sterker bewijs dan de omstandigheid dat de textielarbeidsters van Lancashire een loonhoogte bereikt hebben zooals geen andere groep harer seksegenooten. Hier heeft zich echter door een opvoeding van bijna een eeuw lang, een geslacht van arbeidsters ontwikkeld, dat het met haar beroep even ernstig neemt als de man en in staat is tegen hem op te werken, daarbij een scherp klassebewustzijn bezit. Intusschen hebben zij haar verheffing tot dit standpunt ook nog aan een andere omstandigheid te danken; zij hebben niet meer te strijden tegen dien vijand, die de massa der arbeidsters verhindert in haar beroepsarbeid vooruit te komen. Daarmede is niet de man bedoeld, — hij is in het bestek van den proletarischen arbeid veel minder nog als vijand der vrouwen te beschouwen dan in den burgerlijken arbeid, maar veeleer de amateur-arbeider van de eigen sekse, ert de gehuwde vrouw die slechts een bijslag bij de verdienste van den man behalen wil. Amateur-arbeiders zijn allen, die slechts een zakgeld willen verdienen, verder allen die in den tijd die van de huiselijke bezigheden overblijft, arbeid tot eiken prijs aannemen en zoo de arbeidsters in t algemeen in den bankring, waar lage loonen tot slechten arbeid en slechte arbeid tot lage loonen leiden, krampachtig vasthouden.

In de categorie der amateur-arbeiders heeft men vaak ook gemeend, de gehuwde arbeidsters te moeten voegen. ') De zucht naar vermaak! de behoefte aan weelde der arbeidsters zijn gestegen, de huiselijke deugden zijn verminderd, daarom spoeden zich de gehuwde vrouwen naar de fabriek, in plaats van haar huiselijke plichten na te komen — zoo jammert men. Aan materiaal om deze bewering te bewijzen ontbrak het tot nu toe eveneens als aan materiaal om haar te ontzenuwen. Eerst op grond van een besluit van den duitschen rijksdag van 22 Januari 1898 werden de inspecteurs van den arbeid met een

J) Zie b. V. het werk van Ludwig Pohle, Frauenfabrikarbeit und Frauenfrage, Leipzig 1900, waar de schrijver den nood als belangrijkste oorzaak van den arbeid der gehuwde vrouwen eenvoudig ontkent. Hij was verstandig genoeg dat vóór het verschijnen van de rapporten der duitsche arbeidsinspectie voor 1899 te doen, anders had hij zijn gansche werk in den snippermand kunnen doen verdwijnen.

Sluiten