Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderzoek naar dit vraagstuk belast en het bleek eensluidend ') dat verreweg het grootste deel der gehuwde arbeidsters door den nood tot een beroep gedwongen is. Dat spreekt van zelf bij de weduwen, de gescheiden of door den man verlaten vrouwen, die ongeveer 1/5 van alle vrouwen uitmaken, maar ook bij vrouwen, wier zoogenaamde kostwinner met haar leeft, is dit feit zelfs vaak in cijfers geconstateerd; zoo is de nood als oorzaak van den fabrieksarbeid van gehuwde vrouwen in Bremen voor 71 pCt., in Mainz voor 73 pCt., in Neder-Beieren voor 74 pCt., in Plauen voor 75 pCt., in Lotharingen voor 83 pCt., in Aken voor 88 pCt., in Sleeswijk voor 97 pCt. van alle vrouwen gebleken. Waar enquêtes hierover werden ingesteld, — onbegrijpelijkerwijze heeft men verzuimd, den beambten te dien opzichte algemeenen last te geven — bleek dat de echtgenooten dezer vrouwen haast uitsluitend ongeschoolde daglooners waren of zulke arbeiders die in vrouwenberoepen b.v. in de textielindustrie werkzaam zijn, dus geheel onvoldoende inkomsten hebben. Van 78 arbeidsinspectiedistricten hebben er ongelukkig slechts twintig bruikbare opgaven over de verdiensten van de gehuwde mannen verstrekt, die in de volgende tabel door mij gegroepeerd werden:

(Zie de tabel op blz. 276.)

Slechts in één district — in Giessen — en ook hier slechts voor één industrie, heeft men een statistiek der feitelijke gezinsinkomsten gemaakt; volgens deze bereikten 53 der knapste sigarenmaaksters met haar mannen een gemiddelde wekelijksche verdienste van 23,65 Mark, 23 minder knappe daarentegen een inkomen van gemiddeld slechts 16,52 Mark 2). Wij hebben ook hier te doen met een beroep, waaraan de vrouwen sterk deelnemen.

Zeer vaak constateeren echter ook de inspecteurs, dat de echtgenooten der fabrieksarbeidsters af keer van werken hadden, dronkenlappen en liederlijke kerels waren, die hun verdiensten voor het grootste deel voor zich zeiven verbruikten of zich zelfs nog door de vrouw lieten onderhouden. Daarbij mag een zaak niet vergeten worden, die dienstig is, om de verontwaardiging over het gedrag van den echtgenoot een klein beetje in te toornen: zij hebben zich vóór het huwelijk aan een naar verhouding hoogen levensstandaard gewend, daar zij het loon alleen voor zich gebruiken konden, en er behoort een mate van karaktersterkte toe, om na het huwelijk de levensbehoeften meer en meer ia te korten, waarover alleen ernstig aangelegde naturen beschikken kunnen. \

1) Zie Jahresberichte der Gewerbeaufsichtsbeambten für das Jahr 1899, Berlin 1900, 4 deelen.

2) Zie Jahresberichte der Gewerbeaii'sichtsbeamten, t. a. p., 3e deel, blz. 906 en vlgg.

Sluiten