Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een groot aantal vrouwen is, zooals wij gezien hebben, werkzaam in de tabaksindustrie. Haar arbeiders zijn de slechtst betaalde en de zwakste van allen. Reeds na de eerste zes maanden worden van de 100 72 ziek van nicotine-vergiftiging. Voornamelijk bij de jongere arbeidsters vertoonen zich zenuw- en maagziekten en ziekten der geslachtsorganen als gevolg hiervan. ') Zooals dit vergift het lichaam inwendig verwoest, verwoest de fosfor in de lucifers-fabrieken het uitwendig: een afschuwelijk masker wordt het gelaat der vrouw door de kaaknecrose, die eerst de tanden, dan de kaken wegvreet. 2)

Wij zijn nog niet aan het eind: De pottenbakkersziekte, de bloedarmoede, tast mannelijke zoowel als vrouwelijke arbeiders aan, voornamelijk wanneer hun slaapvertrek zich boven ringovens bevindt, waaruit onophoudelijk giftige dampen opstijgen. De long der porceleinarbeiders, voornamelijk van de vrouwen die de arbeidsruimte aanvegen, vult zich door inademing van het scherpe kiezelstof met formeele steenen, zwartachtige steenen vormen de uitwerpselen. 3) Geen lijden evenaart nochtans dat der kwikzilverarbeidster: zeer spoedig reeds wordt haar gelaat aschgrauw, de oogen worden dof, de gang wordt wankelend als van een lijder aan ruggemergstering. Bij het zien van een vreemdeling overvalt haar een stuipachtig sidderen, het karig maal kan zij nauwelijks tot den mond brengen, de tong weigert vaak haar diensten, op schrikwekkende wijze nemen de geestvermogens af tot het laatste stadium, de idiotie, leder gaat haar uit den weg, want de speekselvloed maakt haar uiterlijk walgelijk en voor den adem van haar mond deinst men terug. 4)

Maar niet alleen de vergiften vernietigen gezondheid en lichaamskracht. Het „zwakke geslacht worden lasten op de schouders gelegd, die het ter aarde werpen. In steengroeven, porceleinfabrieken, steenbakkerijen, zelfs bij bouwwerken duwen of trekken zij zwaarbeladen troggen of kruiwagens voort; in suikerfabrieken dragen zij dagelijks tien uren lang tot 800 zware kisten ieder van 16 K.G. naar de slagmachines 5). In de spinnerijen en weverijen staan zij vaak elf en twaalf uren achtereen; gezwollen voeten, aderspatten, nier- en onderlijfsziekten spreken daarvan.

1) Zie Dr. Deborah Bernson, Nécessité d'une Loi protectrice pour la Femme ouvrière, Lille 1899, bldz. 41 en vlgg.

2) Zie Helbig, Phosphor und Zflndwaren. Weyls Handbuch, t. a. p., blz. 768 en vlgg.

3) Zie Sonne, Hygiene der keramischen Industrie, t. a. p., blz. 924 en vlgg.

4) Zie Bruno Schönlank, Die Fürther Quecksilber-Spiegelbelegen und ihre Arbeiter. Neue Zeit, 1887, blz. 256 en vlgg.

5) Zie F. Pelloutier, La vie ouvrière en France. Paris 1901, blz. 105.

Sluiten