Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zalig stukje land om te koopen, om verzekerd te zijn van arbeid. ') Bij zulke toestanden kan men zich er niet eens mee troosten, dat zij zich wellicht tot één landstreek beperken, want zij heerschen overal waar de motorisch gedreven machine in het grootbedrijf nog niet haar intocht heeft kunnen houden. In België bijv. waar de mechanische spinnerij en weverij de huisindustrie haast geheel en al opgezogen heeft, 2) moest zij haar toch tot dusver nog het weven van linnen-damast zoowel als van het fijn batist overlaten. 3) Zonderling genoeg: de weeldeartikelen der rijksten worden in de ellendigste holen van jammer, door de handen der armsten vervaardigd! De batistwevers en -weefsters werken meestal in donkere, vochtige kelders om te verhinderen dat de fijne draden breken. «) Zij worden dientengevolge vaak blind en hun ledematen worden krom onder rheumatische en jichtige pijnen. Evenals in Bohemen huist het gansche gezin van den wever in zijn werkkamer, evenals daar is zijn loon armzalig. De knapste weefster van fijn linnen verdient in het gunstigste geval bij den langsten arbeidstijd 1,80 fr. per dag, terwijl weekloonen van 3 frs. in 't geheel niet zeldzaam zijn. 5) Een treurig beeld, dat zich bij de reeds geschetste waardig aansluit, biedt de zijde-huisindustrie van Frankrijk. Reeds de teelt der zijderupsen in de particuliere huizen, die hoofdzakelijk in handen der vrouwen berust, is in hooge mate walgelijk: elk hoekje der woning wordt daarvoor ten nutte gemaakt; massa's verwelkte bladeren, doode rupsen en hun uitwerpselen bedekken den vloer en verspreiden een afschuwelijken stank; te midden daarvan woont, slaapt en kookt het gansche gezin. «) In de huizen der haspelaarsters ziet het er weinig anders uit; hier wordt door de uitwaseming van het heete, kleverige water, waarin zij bij den arbeid onophoudelijk de handen doopen moeten, de ademhaling beklemd. De lyonsche zijdewevers, waarvan de helft van het vrouwelijk geslacht is, hebben het niet beter. Daarbij zijn hun jaarlijksche inkomsten, naar gelang van den duur van hun arbeidstijd en de moeilijkheid van het werk, 382 tot 882 fr. ?) Een der beste lyonsche thuisweefsters die een zevenjarig kind te verzorgen had en 907,70 fr. per jaar verdiende, maakte de volgende begrooting: 8)

1) T. a. p., blz. 24!.

2) Zie Office du Travail, Les industries è doraicile en Belgique, Bruxelles 1900 2e deel, blz. 28 en vlgg. '

3) T. a. p., blz. 72 en vlgg.

4) T. a. p., blz. 94.

5) T. a. p., blz. 145.

6) Zie Netolitzky, t. a. p., blz. 1058 en vlgg.

7) Zie L. Bonnevay, Les ouvrières lyonnaises è domicile. Lyon 1896, blz. 15 en vlgg

o) T. a. p.. blz. 75.

Sluiten