Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een elfurigen arbeidstijd 11,50 fr., waarmee zij nauwelijks haar voeding bestrijden kon; „zij heeft een minnaar, God zij dank," zeide een buurvrouw op een medelijdende vraag. ') Daarbij biedt deze geheele industrie in 't geheel geen vooruitzicht op een verbetering der loonen, want de machine dringt onophoudelijk verder door. In Plauen b.v., waar een handborduurster in 1871 nog 34 mk. per week verdiende, was het loon tien jaren later reeds tot 17 of hoogstens 23 mk. gedaald. 2)

Ook van de kant-huisindustrie is de machine een grimmige vijand. Leroy-Beaulieu schatte nog voor dertig jaren de fransche kantwerksters op honderdduizenden. 3) Haar aantal is thans zeer ineengekrompen. Een bloeiende industrie was eens de boheemsche kantklopperij, tegenwoordig is zij niet in staat de weinige getrouwen te onderhouden. Zestien tot achttien uren moet de kantklopster over het kussen gebukt zitten, wanneer zij een jaarlijksche verdienste van 30 — zegge en schrijve ' dertig! — tot hoogstens 100 gulden bereiken wil. Vijfjarige kinderen moeten reeds acht uren per dag naast de moeder zitten kloppen om drie tot twaalf kreutzer te verdienen. Een ellendig geslacht groeit onder zulke omstandigheden op, tuberculeus en scrofuleus, lichamelijk en geestelijk ontaard. 4) In het klassieke land der kantproductie, in België, ziet het er niet anders uit. Van hun zesde jaar zitten de arbeidsters twaalf uren daags in een vochtige kelderlucht met het vooruitzicht 150 tot 200 frs. per jaar te verdienen 5). Bij een jaarlijksche kantproductie ter waarde van c.a. 50 millioen mark verdienen de kantwerksters gemiddeld 52 tot 53 centimes per dag. 6) Jaarlijksche inkomsten van 154 tot 341 fr. werden bij vier lyonsche kantnaaisters geconstateerd en zij bereikten dit loon alleen dan, wanneer bij een dagelijkschen twaalfurigen arbeidstijd, in den loop van het jaar geen werkeloosheid plaats vindt. Hetzelfde geldt voor de tuilewerksters, die er nog erger aan toe zijn, daar zij geen afwisselenden arbeid hebben zooals de kantnaaisters; alle dagen, twaalf uren lang, het heele jaar door, zetten zij chenilleknopjes op het fijne weefsel. 7) Langzaam sloopende ziekten zijn de gevolgen van het kantwerken. Nog scherper dan in de fabriek werkt het lood, dat bij het opmaken gebruikt wordt, op de

1) Zie Ch. Benoist, t. a. p., blz. 93.

2) Zie L. Bein, Die Industrie des sïchsischen Vogtlands, Leipzig 1884, 2e deel, blz. 419 en vlgg.

3) Zie Leroy-Beaulieu, t. a. p., blz. 80 en vlgg.

4) Zie Berichte der k. k. Fabrikinspektion, blz. 363 en vlgg.

5) Zie G. Degreef, L'ouvrière dentelliere en Belgique, Bruxelles 1886, blz. 86 en vlgg.

6) T. a. p., blz. 51 en vlgg.

7) Zie Bonnevay, t. a. p., blz. 15 en vlgg.

Sluiten