Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zou geneigd kunnen zijn aan te nemen dat zulke toestanden wellicht op zich zelf staan en in andere landen niet weergevonden worden. Helaas blijkt echter ook hier dat bepaalde sociale toestanden als onmiddellijk uitvloeisel van economische verschijnselen optreden, en derhalve overal dezelfde zijn, waar de economische ontwikkeling dezelfde hoogte bereikt heeft. De weener naaister, die van 's morgens zes uur tot in den laten nacht tricotlijfjes naait, om 3,50 fl. te verdienen; de beide zusters die samen 10, hoogstens 20 fl. in de maand verdienen en vaak niet meer dan 20 kr. voor haar middageten kunnen uitgeven; ') de boheemsche handschoenenmaakster die bij een veertienurigen arbeidstijd slechts 208 fl. in het jaar maakt, voor voedsel, verwarming en woning voor zich en haar kind echter alleen 252 fl. noodig heeft, 2) — zij allen doen voor haar duitsche lijdensgezellinnen niet onder. Van bizonder gewicht echter is het, dat zelfs in het befaamde land der naaldkunst, dat de modedames der geheele wereld met zijn voortbrengselen verzorgt, in Frankrijk, de toestand dergenen uit wier handen al die wonderwerken te voorschijn komen, niet gunstiger is. Het dagelijksch inkomen schijnt vaak hoog, het is echter, over het jaar verdeeld, vaak nog lager dan dat der duitsche arbeidsters, daar het seizoenkarakter van het bedrijf nog intensiever is. Alleen de eerste werksters, dus ongeveer zij die als „première" in de werkplaatsen der groote confectiehuizen werkzaam zijn, kunnen op een eenigszins geregelden arbeid gedurende het gansche jaar rekenen, de gemiddeld goede werksters hebben 200 tot hoogstens 230, de gewone — en de meesten! — hebben 60 tot 160 dagen werk. 3) In den stillen tijd is er in het beste geval werk dat dagelijks een of twee uren bezigheid waarborgt, in den drukken tijd daarentegen komen arbeids-„dagen" tot 28 uren voor! 4) Bij veertien- tot vijftienurigen arbeidstijd kan de gemiddelde confectienaaister in Parijs een jaarlijksche verdienste van 250 tot 350 fr. bereiken, waarbij zij 75 c. tot 1,25 fr. per dag verdient. 5) Bij een verdienste van 900 fr. echter begint eerst de mogelijkheid, er zelfstandig van te kunnen leven, en slechts een derde deel van al hun arbeidsters verdienen, volgens de verklaringen van chefs der eerste parijsche confectiefirma's, meer dan dat. 6) Een der eerste parijsche kleedermaaksters,

1) Zie Die Arbeits- und Lebensverh. der Wiener Arbeiterinnen, t. a. p., blz. 163, 604.

2) Zie Berichte der k.k. Gewerbe-Inspektion, t. a. p., blz. 455.

3) Zie Office du Travail. La petite industrie. 2e deel. Le vêtement è Paris. Paris 1896, blz. 495 en vlgg.

4) T. a. p., blz. 503 en vlgg.

5) Zie Charles Benoist, t. a. p., blz. 80 en vlgg.

6) T. a. p., blz. 70 en vlgg.

Sluiten