Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bronnen steeds weer gevoed wordt en dat met zijn smetstoffen den ganschen dampkring verpest. Niets gezonds en levensvatbaars kan het ooit opleveren, het kan zich niet uit zichzelf in een helder meer herscheppen. Om zijn gevolgen uit te roeien is er slechts één middel: het moeras zelf moet verdwijnen.

De handel.

De uitbreiding van den vrouwenarbeid in den handel is in noemenswaardigen omvang eerst veel later aan den dag getreden dan op andere arbeidsvelden. Wel is waar zonden reeds in 1848 de berlijnsche handelsbedienden aan het pruisisch staatsministerie een verzoekschrift om beperking der vrouwelijke concurrentie, ') maar eerst sinds de laatste twintig jaren dreigt hen van dezen kant een ernstig gevaar. Eenerzijds zijn het de dochters van den middenstand en de kleine burgerij, die meer en meer voor de noodzakelijkheid geplaatst worden, om haar levensonderhoud te verdienen en in den handel een bij hun stand passend onderkomen meenen te vinden, anderzijds ziet de omhoog strevende arbeidersklasse er een hoogeren trap van de sociale ladder in en tracht in toenemende mate haar dochters hoogerop te brengen.

De ontwikkeling van den handel, zijn concentratie in bazars en magazijnen komt aan dit streven tegemoet. Steeds geringer worden hier de eischen aan handelsopleiding en nauwkeurige warenkennis, wijl aan iedere verkoopster slechts een bepaalde afdeeling aangewezen wordt en op de afzonderlijke voorwerpen de prijzen meestal duidelijk gemerkt plegen te worden. Dientengevolge is het verklaarbaar dat in talrijke takken van handel, voornamelijk in de kleedingmagazijnen en in die voor versche voedingsmiddelen, meer vrouwen dan mannen te vinden zijn; zij recruteeren zich meestal uit proletarische kringen, hebben vaak slechts de lagere school bezocht, en kunnen, zooals bv. in Berlijn, slechts zelden taal- en spelkundig juist schrijven. 2) Maar niet alleen volgens haar afkomst, maar bovenal volgens hare arbeidsvoorwaarden moeten de winkeljuffrouwen tot de kringen van den proletarischen vrouwenarbeid gerekend worden. De onderzoekingen van alle landen die zich met haren toestand bezighouden, stemmen daarin overeen dat het loon tegenover de arbeidsprestatie in de grootste wanverhouding staat en alle kenmerkende teekenen van den proleta-

1) Zie P. Adler, Die Lage der Handlungsgehilfen geinSss den Erhebungen der Kommission fiir Arbeiterstatistik. Stuttgart 1900, blz. 54.

2) Zie J. Silbermann, Zur Entlohnung der Frauenarbeit. Schmollers Jahrbuch, N. F., deel XXIII, blz. 1416.

Sluiten