Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rischen arbeid, — overwerk en werkeloosheid, — ook op haar van toepassing zijn.

Wat in de eerste plaats het loon betreft, een eenigszins toereikend materiaal daaromtrent is niet aanwezig. Zelfs de duitsche commissie voor arbeidersstatistiek heeft bij gelegenheid harer onderzoekingen naar den toestand der handelsbedienden onbegrijpelijkerwijs inderdaad angstvallig vermeden, zich omtrent den stand der arbeidsbelooning licht te verschaffen. Ook de engelsche arbeidscommissie brengt slechts spaarzame cijfers. Wij moeten ons derhalve in hoofdzaak op de resultaten van particuliere enquêtes steunen.

Het gemiddeld inkomen van berlijnsche winkeljuffrouwen wordt door de „Kaufmannische Hilfsverein für weibliche Angestellten" op 58 mark per maand geschat. Daar de tijd der werkeloosheid gemiddeld l3/4 maand gezegd wordt te bedragen, zou het jaarlijksch inkomen 594 mark, de dagelijksche verdienste 1,60 mark zijn '). Reeds met deze som is het voor de winkeljuffrouw uit de groote steden niet mogelijk uit te komen. Het is niet te hoog geschat, wanneer een jaarlijksche verdienste van 900 tot 1000 mark eerst beschouwd wordt als eene die aan de berlijnsche winkeljuffrouw een onbezorgd bestaan kan verzekeren. Nu behooren echter de leden der „Hilfsverein für weibliche Angestellte" ongetwijfeld tot de keur der winkeljuffrouwen, hun loon kan derhalve voor de groote massa niet tot maatstaf dienen. Feitelijk komen zelfs in Berlijn maandloonen voor van 30 tot 40, ja zelfs van 20 tot 30 mark; in de provincie, vooral in de kleine steden, zijn zulke cijfers geen zeldzaamheid; het gemiddeld loon der winkeljuffrouwen in Keulen bedroeg 40, in Frankfort 39, in Kassei 30, in Koningsbergen zelfs slechts 27 mark, 2) een loon dat vaak bij dat der fabrieksarbeidsters ten achter staat. Zelfs Leipzig vertoont maandloonen van 20 tot 30, ja zelfs van beneden de 20 mk. 3) Winkeljuffrouwen die juist den leertijd volbracht hebben, moeten zelfs vaak genoeg met 10 mk. in de maand zien uit te komen. 4) Mannelijken winkelbedienden waagt men slechts hoogst zelden zulk een loon aan te bieden; waar dit geschiedt, betreft het een aanvangssalaris, dat spoedig verhoogd wordt; hun gemiddeld inkomen wordt op 100 mk. gesteld, bedraagt dus haast het dubbele van dat hunner vrouwelijke vakgenooten. Volgens het

1) Zie Silbermann, t. a. p., blz. 1418.

2) T. a. p., blz. 1441.

3) Zie Laura Krause, Die Lage der Handelsgehilfinnen in Leipzig. Soziale Praxis, 28 September 1899, blz. 1373 en vlgg.

4) Zie Julius Meyer, Die Ausbildung und Stellung der Handlungsgehilfin in Berlin. Berlin 1893, blz. 11.

Sluiten